Daams pomp

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De Daams-pomp

Een koperen pomp van smederij Daams is vaak te herkennen aan de sierlijke gebogen messing beugel met een gedraaid knopje boven de tuit waar een emmer aan kon worden gehangen. Nog een ander kenmerk was de gedreven verbreding bij de tuit die als vergaarbak diende waardoor er bovenaan meer water uit de pomp kon stromen. (Bij andere koperen pompen bestond het pomphuis meestal uit een gewone rechte buis.)

Bij elke 'Daams-pomp' werden de onderdelen van het pomphuis handmatig uit koper gedreven en dat vereiste zo'n 10.000 slagen. Daarnaast werden de koperen onderdelen gefelst, gesoldeerd en ook gevuurlast. De lange zware pompzwengel werd gemaakt van smeedijzer en had aan het uiteinde een grote ronde bolle knop van ijzer of messing, die bij het zwengelen als contragewicht voor de zuiger diende. De pompzwengel werd samen met het kopen pomphuis op een grote dikke houten plank van grenenhout gemonteerd die aan de bovenzijde sierlijk in vorm van een klokgevel was uitgezaagd. De smeedijzeren zwengel kon afhankelijk, van de plaats en de behoefte, links of rechts t.o.v. het pomphuis op de plank worden aangebracht. Daarnaast kon je ook kiezen voor een zwengel waarbij je naar plank/muur toe moest pompen.

Naast de drie verschillende mogelijkheden om te zwengelen, kwamen de koperen 'Daams-pompen' in drie verschillende formaten voor. Het kleinste type pomp werd meestal in de (bij)keuken geplaatst en de twee grotere modellen waren bij uitstek geschikt om in stallen van boerderijen te gebruiken.

Geschiedenis

In het begin kwamen de koperen pompen van Daams bij een enkele boer in de buurt terecht, maar wanneer andere boeren dan zo'n nieuwe pomp zagen, wilden ze er al snel ook één. Cornelis Daams, de zoon van Jasper, heeft het maken van de koperen 'Daams-pompen' op grote schaal voortgezet en werd zo mogelijk nog deskundiger dan zijn vader. Hij was toendertijd de enige pompenmaker in de wijde omtrek van Loosdrecht. In 1908 haalde Cornelis Daams met een door hem vervaardigde koperen pomp, ingezonden op de landbouwtentoonstelling te Montfoort, een bestuursprijs. In datzelfde jaar waren er reeds 300 koperen Daams-pompen in en buiten de gemeente Loosdrecht geplaatst. Toen er door Daams rond 1915 geadverteerd werd in het landelijke weekblad 'De Boerderij', kwamen er vanuit het hele land de opdrachten binnen. Volgens overlevering zijn er uiteindelijk in 104 verschillende plaatsen Daams-pompen geplaatst. De pompen die gemaakt zijn door Cornelis zijn meestal, op de houten plank waarop ze gemonteerd zijn bij de zwengel, voorzien van een ovalen fabrieksplaatje van messing. Op dit fabrieksplaatje staat de tekst: "C. Daams pompenmaker Nieuw-Loosdrecht". Een behoorlijk aantal Daams-pompen zijn tegenwoordig nog steeds aan te treffen in oude boerderijen in en rond Loosdrecht, Hilversum en Utrecht, maar in het verleden er zijn ook Daams-pompen terecht gekomen in de omgeving van Alkmaar, Beerta (Groningen) en op het toenmalige eiland Urk. Vaak werd de koperen pomp geplaatst op de plaats van een oude pomp die meestal van hout was en dus al was aangesloten op een wel of waterput. Maar het kwam ook voor dat er eerst naar bronwater geboord moest worden en dat deed de familie Daams dan ook. De koperen Daams-pompen waren zo goed als onverslijtbaar waardoor er tegenwoordig nog steeds enkele werkende exemplaren bestaan. Alleen het hart (voetklep) onderin en de zuiger bovenin de pomp die van hout waren, moesten af en toe wel eens worden vervangen.

In 1928 werd in Loosdrecht waterleiding aangelegd en daar was een groot deel van de bevolking toendertijd helemaal niet zo gelukkig mee. Vooral de agrariërs zagen veel meer heil in de vertrouwde oerdegelijke koperen pompen van Daams. Het verhaal deed de ronde, dat er een geheim was ingebouwd, waardoor een Daams-pomp veel meer water gaf dan een andere pomp maar dat blijkt om een technisch foefje te gaan. Bij een grote stalpomp kon er dankzij dit technische foefje met één slag wel acht liter water in de emmer komen. Dit stond de meeste boeren toendertijd wel aan. Een moderne kraan vergde immers meer geduld. Daar kwam nog bij, dat de aansluiting op de waterleiding, vooral op afgelegen boerderijen, een vrij kostbare grap was. In tegelstelling tot andere gemeenten werd aansluiting op water in Loosdrecht dan ook niet verplicht gesteld. Later kwam er een mogelijkheid tot gratis aansluiting. De meeste huizen werden toen, zeker in het voorhuis voorzien van waterleiding. Langzamerhand werd de smederij van de familie Daams dan ook steeds meer een loodgietersbedrijf want iedereen kreeg op den duur natuurlijk waterleiding. Voor schrobben en boenen en in de stal is echter vaak de pomp nog lang in gebruik geweest.

Bron

  • J. Daams Czn, De geschiedenis van een smidsfamilie, Historische Kring Loosdrecht, 21e jaargang nummer 96, februari 1994 pp.10-14
  • T. Timmermans, Jas Daams, Een Prominent Burger van Loosdrecht, Historische Kring Loosdrecht, 34e jaargang nummer 157, najaar 2007 pp. 72,73

Verder lezen

  • J. Daams Czn, De geschiedenis van een smidsfamilie, Historische Kring Loosdrecht, 21e jaargang nummer 96, februari 1994 pp.1-15
  • T. Timmermans, Jas Daams, Een Prominent Burger van Loosdrecht, Historische Kring Loosdrecht, 34e jaargang nummer 157, najaar 2007 pp.70-78