Vuurplaats: verschil tussen versies

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 1: Regel 1:
 +
[[Bestand:Vuurplaats 5.jpg|thumb|right|Diverse vuurplaatsen in oude boerderijen waar men nog op open vuur kookte. Bron: Wijk, P.A.M. van, Boerderijen bekijken, SHBO Arnhem 1985, pag. 47.]]
 +
[[Bestand:Vuurplaats 4.jpg|thumb|right|Diverse vuurplaatsen in oude boerderijen waar men nog op open vuur kookte. Bron: Wijk, P.A.M. van, Boerderijen bekijken, SHBO Arnhem 1985, pag. 46.]]
 +
 
Vuur is een van de eerste levensbehoeften. Het is nodig om voedsel te bereiden, voor verwarming en eventueel voor verlichting. Op sommige plaatsten op het platteland – bijvoorbeeld in het oosten van het land – werden tot het einde van de negentiende of zelfs het begin van de twintigste eeuw [[open vuur]] gestookt. Dat gebeurde op de grond in de woonkeuken. Als brandstof gebruikte men wat in directe nabijheid van de boerderij voorhanden was, meestal sprokkelhout of turf.
 
Vuur is een van de eerste levensbehoeften. Het is nodig om voedsel te bereiden, voor verwarming en eventueel voor verlichting. Op sommige plaatsten op het platteland – bijvoorbeeld in het oosten van het land – werden tot het einde van de negentiende of zelfs het begin van de twintigste eeuw [[open vuur]] gestookt. Dat gebeurde op de grond in de woonkeuken. Als brandstof gebruikte men wat in directe nabijheid van de boerderij voorhanden was, meestal sprokkelhout of turf.
  

Versie van 10 apr 2013 om 15:23

Diverse vuurplaatsen in oude boerderijen waar men nog op open vuur kookte. Bron: Wijk, P.A.M. van, Boerderijen bekijken, SHBO Arnhem 1985, pag. 47.
Diverse vuurplaatsen in oude boerderijen waar men nog op open vuur kookte. Bron: Wijk, P.A.M. van, Boerderijen bekijken, SHBO Arnhem 1985, pag. 46.

Vuur is een van de eerste levensbehoeften. Het is nodig om voedsel te bereiden, voor verwarming en eventueel voor verlichting. Op sommige plaatsten op het platteland – bijvoorbeeld in het oosten van het land – werden tot het einde van de negentiende of zelfs het begin van de twintigste eeuw open vuur gestookt. Dat gebeurde op de grond in de woonkeuken. Als brandstof gebruikte men wat in directe nabijheid van de boerderij voorhanden was, meestal sprokkelhout of turf.

Koken op vuur

Centraal in de woonruimte brandde in een kuil of op een ijzeren haardplaat een open vuur, oorspronkelijk zonder rookafvoer. De rook trok via openingen tussen de planken van de zoldering naar buiten; hierbij werd de zoldering door de roetaanslag zwart gekleurd. In de winter was de trek vrij goed, maar ’s zomers vaak niet. De rook bleef dan in de boerderij hangen. Een voordeel van de rook was dat het de oogst die op de zolder lag conserveerde. Later kregen steeds meer boerderijen wel een rookafvoer, maar de omstandigheden verbeterden daar niet wezenlijk door. In de zomer bleef de trek vaak onvoldoende. Bij veel boerderijen is op een bepaald moment de stookplaats ook verplaatst naar een plek tegen de voorgevel, waardoor een tuitgevel ontstond, bekroond met een schoorsteen. In andere gevallen werd een brandmuur gebouwd tussen woon- en bedrijfsgedeelte en kwam de stookplaats daar tegenaan te liggen. ’s Nachts werd het vuur niet gedoofd: het werd alleen bedekt met as, zodat het bleef smeulen. ’s Morgens kon het dan weer worden opgestookt. Om brand te voorkomen werd een vuurkorf van ijzer of aardewerk over het vuur gezet. Ondanks deze maatregelen bleef brand een groot gevaar.

Vuurrooster en vuurblok

Het vuur in de boerderij werd vaak op een vuurrooster (vuurijzer) of op een vuurblok gestookt. Een vuurijzer is laag, staat op vier pootjes en heeft een U-vorm en soms een opstaande rand. Een vuurblok heeft drie pootjes, één achter en twee in een boogvorm aan de voorzijde. De vuurblokken werden meestal per twee gebruikt. Door de pootjes komt het vuur van de grond en wordt de luchttoevoer bevorderd. Daardoor krijgt het vuur meer zuurstof, waardoor het beter brandt.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Landleven 14e jaargang nummer 4 juni 2009.
  • Ton van der Heijden (red.) Nederland Dichterbij Boerderijen (Amsterdam 1996) p. 77.