Waterpomp

Uit AgriWiki
Versie door Beheerder (Overleg | bijdragen) op 7 okt 2015 om 14:10

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

De waterput is van oudsher de spil van het erf. Daarna kwam de waterpomp op. Water is voor drinken geven aan de dieren en wassen en koken immers nodig. Na de komst van de waterleiding verdween het belang van de put en pomp, alhoewel er nog altijd boerderijen zijn die ‘eigen water’ oppompen. Er zijn verschillende soorten pompen, te weten een houten pompen en een van metaal (koper en gietijzer).

Het gebruik van de pomp

Rondom de (koperen) pomp in de stal was meestal een stenen bak gemetseld, de zogenaamde pompbak. Deze pompbak werd soms, wanneer hij groot genoeg was ook wel gebruikt om de melk te koelen. De pompbak kon dan met een houten stop worden dichtgezet zodat er water in bleef staan. De zwengelpomp pompte het water vanuit het grondwater omhoog. De keerklep van het hart onderin de pomp moest wel goed afsluiten anders 'liep de pomp af' als je hem even niet gebruikte. Als laatste handeling bij het gebruiken van de pomp moest er dan altijd een emmertje water worden klaargezet voor het volgende gebruik. Water op de klep zorgde dan wel even voor afsluiting. De lange zwengel moest steeds heen en weer worden gehaald. Bij elke slag kwamen dan enkele liters water uit de pomp. Onder de tuit van de pomp hing vaak een klein emmertje met een lange buis eraan, ter dikte van een regenpijp. Die buis werd vaak met het eind in de voergoot voor de koeien gelegd. De eerste koe, die het dichts bij de pomp stond, had meestal zo'n dorst dat in het begin haast geen water bij de tweede koe kwam. Voordat de koe aan het eind van de rij ook voldoende had gedronken was je wel een heel tijdje aan het pompen. Een koe drinkt namelijk gemakkelijk twee maal per dag zo'n 40 liter water! Hoe meer liters melk en hoe droger het voer, hoe meer dorst. Wanneer je als 'zwengelaar' dacht gelukkig die rij heeft gedronken was er aan de andere kant van de stal ook vaak nog een rij wachtende koeien. Dat de opgroeiende kinderen of de knecht regelmatig mochten pompen, was dan ook niet zo vreemd. Wanneer de koeien hadden gedronken werden de voergoten vaak schoongeveegd met een rijsbezem.

Wanneer het 's winters hard vroor dan, werd de pomp ingepakt met stro of je kon met een speciale lange haak de voetklep omhoog tillen zodat de pomp bewust af liep en het pomphuis dus niet kapot kon vriezen. In Noord-Brabant kom je veel koperen pompen tegen die mede tegen de kou helemaal werden ingemetseld. Deze pompen hebben aan de bovenzijde dan ook vaak ook nog een grote vierkante met hout werd beklede 'vergaarbak' die dan op het metselwerk rust.

Omdat de (koperen) pomp in verbinding stond met het grondwater, werd de pomp vroeger soms tevens wel gebruikt om de elektriciteitsvoorziening in de stal mee te aarden. Dit was echter levensgevaarlijk wanneer bijv. de elektromotor, waarmee de bietenmolen werd aangedreven, spanning lekte en er vervolgens iemand wilde gaan pompen. Er konden daarmee dan serieuze ongelukken plaatsvinden.

Bron

  • C. Lam, Uit het dagelijks leven van veehouder Goijert Lam rond de jaren ' 50 te Oud Loosdrecht, 2012, pp.48-50
  • Bureau Helsdingen, Vianen

Verder lezen

  • J. Daams Czn, De geschiedenis van een smidsfamilie, Historische Kring Loosdrecht, 21e jaargang nummer 96, februari 1994
  • T. Timmermans, Jas Daams, Een Prominent Burger van Loosdrecht, Historische Kring Loosdrecht, 34e jaargang nummer 157, najaar 2007
  • http://www.hkloosdrecht.nl/