2.3 Philibertspanten of schenkelspanten

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Philibertspanten, ook schenkelspanten genoemd, worden gekenmerkt door gebogen benen, de schenkelspantbenen, die samengesteld zijn uit twee of drie lagen tegen elkaar gespijkerde planken. Die planken zijn maximaal zo’n drie meter lang en in gebogen vorm uitgezaagd. De stuiknaden tussen de planken onderling verspringen per laag. Deze spanten worden genoemd naar de uitvinder ervan, de Fransman Philibert de l’Orme (de Lorme of Delorme) (1512-1570). In de oorspronkelijke versie stonden de spanten dichter bij elkaar en waren zij verbonden door ribbetjes die door de benen heen gingen; door die ribbetjes werden langs de benen wiggen geslagen ter opsluiting en verstijving van de constructie. Voor zover bekend is deze constructie in ons land niet toegepast; de huidige Philibertspanten zijn omstreeks 1800 in zwang genomen. De benen van deze spanten kunnen in elkaar overgaan (zodat een halfronde vorm ontstaat), elkaar onder de nok ‘halfhouts’ kruisen (als bij een schaarspant), maar ook verbonden zijn met een nokstijl. Die nokstijl kan op een horizontale balk, een schenkelspantbalk of een schenkelspanttussenbalk staan en verder kunnen er schenkelspantbeenschoren zijn toegevoegd. Ook combinaties van gebogen en rechte benen komen voor.

Voorbeelden van Philibert- of schenkelspanten

Verder lezen

Bron

  • G. Berends, Historische houtconstructies in Nederland, Arnhem 1999