7.5 Kleurgebruik in het exterieur in de eerste helft 20ste eeuw

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
In de eerste helft van de 20ste eeuw heeft de moderne tijd nog niet zijn intrede gedaan. De was wordt hier nog gespoeld in de sloot. Ook de kleuren zijn nog traditioneel. (Aquarel van D.J. Verheul Wulverhorst, 1927). Bron: Gemeentearchief Rotterdam, collectie Verheul.

Dit artikel gaat over de ontwikkeling van het kleurgebruik op het exterieur van boerderijen in het Groene Hart in de eerste helft van de 20ste eeuw.

Eigenlijk verandert er in deze tijd niet zo veel. De kozijnen worden lichter, de luiken donkerder groen en de onderdorpels gaan een beetje van grijs naar grijsblauwig. Donkergrijze en bruine luiken komen ook nog wel voor, maar worden steeds zeldzamer. De moderne tijd begint op de boerderijen nog heel traditioneel. Zelfs een Bentheimer imitatie met een gekamde laag is in deze tijd nog aangetroffen. Anderzijds komen er in deze tijd ook nieuwigheden als blank gelakte deuren voor.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • L. Boot e.a., Van Hoogmade naar Arnhem, Lotgevallen van de boerderij Boskade 11 in de Bospolder bij Hoogmade 1600-2004 (Arnhem, 2004).
  • W. F. Denslagen en A. de Vries, Kleur op historische gebouwen: de uitwendige afwerking met pleister en verf tussen 1200 en 1940 (’s-Gravenhage, 1984).
  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001).
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.).
  • W. van Wijk, Dordtse Kleuren (Breda, 2002)
  • H. J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)