9.5 Kleurgebruik in het interieur in het stalgedeelte in de 19de eeuw

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Het interieur van deze stal is gedeeltelijk gewit en heeft een zwarte plint. (‘Koeien op stal’ van Jan van Ravenswaay, 1820). Bron: Rijksmuseum Amsterdam.

Dit artikel gaat over de ontwikkeling van het kleurgebruik in het interieur in de stalgedeeltes van boerderijen in het Groene Hart in de 19de eeuw.

Door de opleving in de landbouw was er behoefte aan nieuwe en grotere stallen. Veel stallen zijn in deze tijd geheel vernieuwd. In de eerste helft van de eeuw werden de wanden nog niet door iedereen gewit, later werd dit wel algemeen. Niet alleen de stenen wanden, ook het houtwerk kreeg een witkwastje mee. De gewoonte ontstond om in de stallen een circa 60 tot 100 cm hoge grijszwarte geschilderde plint aan te brengen.

Waarschijnlijk zijn in deze tijd de kleuren geïntroduceerd in het stalgedeelte. Er werd een beperkt aantal heldere kleuren gebruikt: rood, geel, blauw en wit. De kleurkeuze is meestal vrij willekeurig, hoewel sommige combinaties veel vaker voorkwamen dan andere. Poeren en voetmuren werden bijvoorbeeld meestal gerooiseld. De schoftboom en de onderzijde van de gebinten werden meestal gewit. Men begon nu de smaak van het schilderen te pakken te krijgen. De deel werd steeds vaker van plavuizen, straatstenen of een houten dorsvloer voorzien. De nog aanwezige lemen vloeren werden soms geteerd tegen het stof. ‘sZomers woonde men op de deel. Wanneer deze gewoonte is ontstaan is niet bekend, maar in sommige boerderijen deed men dit nog tot circa 1960. Schrobben en boenen werden steeds meer een volksbezigheid. Na de grote voorjaarschoonmaak had men nog tijd over om bijvoorbeeld alle voegjes van de vloeren bij te werken met een klein witkwastje. Daarnaast werden met een kwastje wel eens sierpatronen op de vloeren aangebracht. Een typische boerengewoonte is het zandstrooien. Fijn wit zand werd op zaterdag in mooie sierlijke patronen gestrooid in de mooie kamer en ook in de stal. Wanneer de gewoonte van het zandstrooien in gebruik is gekomen is niet bekend. Dit werd door Huygens in de 17de eeuw al beschreven.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • L. Boot e.a., Van Hoogmade naar Arnhem, Lotgevallen van de boerderij Boskade 11 in de Bospolder bij Hoogmade 1600-2004 (Arnhem, 2004).
  • W. F. Denslagen en A. de Vries, Kleur op historische gebouwen: de uitwendige afwerking met pleister en verf tussen 1200 en 1940 (’s-Gravenhage, 1984).
  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001).
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.).
  • W. van Wijk, Dordtse Kleuren (Breda, 2002)
  • H. J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)