Classicisme

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De stolboerderij 'De Eenhoorn' uit 1682 in Middenbeemster met een classicistische halsgevel die doet denken aan een Amsterdams grachtenpand. Bron: Post, K., Dekkers, G., Oude boerderijen, N. Kluwer N.V. Deventer, 1969, pag. 73.

Het (Hollands) Classisicme onstond rond 1630 en was tot 1700 populair. In deze stijl werden de klassieke hoofdvormen op een strikte en zuivere manier toegepast.

Stijlkenmerken

Het (Hollands) Classicisme is een bouwstijl die wordt gekenmerkt door het gebruik van de pilaster; een platte zuil tegen de gevel. Ook bij het classicisme ging het erom de vormentaal uit de Klassieke Oudheid zo goed mogelijk toe te passen, maar de nadruk in het Classicisme lag op de juiste toepassing van de Romeinse bouworden. Veel Classicistische voorgevels zijn variaties op het klassieke tempelmotief: een even aantal zuilen met daarboven een driehoekig fronton. In plaats van zuilen werden er pilasters gebruikt. Pilasters hebben onderaan een voet: het postament, en bovenaan een versierde bekroning: het kapiteel. Bij het bouwen volgens classicistische principes draaide het om de verschillende orden, die werden bepaald door de vorm van de kapitelen en de verhoudingen tussen de onderdelen. De Toscaanse en de Dorische orden zijn de eenvoudigste. Aan de mooie krullen herken je het Ionische kapiteel. De belangrijkste orden zijn de composiet en de Korintische orde, met acantusbladeren en kleine krullen.

Een Hollandse stijl

Het Classicisme, een plechtige stijl, kwam op rond 1630 en sloot goed aan bij de verlangens van de welvarende kooplieden en regenten uit de Gouden Eeuw. Veel overheidsgebouwen werden in deze stijl gebouwd en het Classicisme paste goed bij het groeiende zelfbewustzijn van de Republiek. Amsterdam en steden als Enkhuizen en Maastricht kregen hun Classicistische stadhuizen. Maar ook tal van rijke burgers behoorden tot de opdrachtgevers. Bekende architecten waren Pieter Post, Jacob van Campen, Philips Vingboons en Adriaan Dortsman. Op het platteland kwam deze stijl niet tot ontwikkeling.

Maatwerk

Bouwen volgens het Classicisme was goed mogelijk wanneer je voldoende ruimte had om de vormentaal volgens het boekje toe te passen. Voor relatief smalle huizen in de stad stond de bouwmeester voor de uitdaging de classicistische inzichten naar de aanwezige situatie te vertalen. Een mooi voorbeeld van het eerste geval is het Mauritshuis in Den Haag. Dit deftige huis werd in 1644 voor graaf Johan Maurits van Nassau Siegen gebouwd door Jacob van Campen en Pieter Post. De natuurstenen pilasters met Ionische kapitelen lopen over de gehele hoogte van de gevels. We spreken dan van een kolossale orde. De slingers onder de ramen (guirlandes met neerhangende festoenen) zijn bij Classicistische gebouwen vertrouwde elementen. Wanneer je het gebouw via de trap binnen gaat, ontdek je in de hal nog een kenmerk van het Classicisme: de symmetrie. Het Mauritshuis heeft precies de juiste harmonieuze proporties op een zuiver symmetrisch, bijna vierkant grondplan. Een voorbeeld van een smal huis in de stad is het pand op Keizersgracht 319 in Amsterdam dat in 1639 door Philips Vingboons voor Daniel Sohier werd gebouwd. Beneden zien we Toscaanse pilasters, erboven Dorische die met een fronton zijn bekroond. De deur bevond zich destijds midden in de gevel.


Bron

  • M. Stokroos, 'Alles wat je altijd al wilde weten over monumenten en bouwstijlen' (Bussum 2006)

Links