Duiventil

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het houden van duiven was vroeger voorbehouden aan de bewoners van kastelen en landhuizen. Het was namelijk een ‘heerlijk recht’ en de heerlijke rechten waren in handen van de adel. Vanaf de zeventiende eeuw mochten ook boeren en burgers duiven houden, waarbij het aantal bepaald werd aan de hand van de hoeveelheid grond die de betreffende boer of burger bezat. Duiven werden gehouden voor de sier, voor het vlees of voor de mest. Duivenmest werd vooral gebruikt voor fijne teelten, bijvoorbeeld voor de teelt van tabak, hennep, meloenen en pompoenen.

Houten tillen

Duiven werden onder andere gehouden in vrijstaande houten duiventillen. In Nederland komen vooral ronde, vierkante of meerhoekige houten tillen op poten voor. Een til staat op één of meerdere poten, zodat ratten en vossen niet bij de duiven kunnen. De duiventillen hebben een piramidevormig dak, met daarboven een vierkant torentje. Hierin bevinden zich de invliegopeningen.

Andere soorten tillen

Bekende duivenverblijven zijn verder nog de duiventoren, die net als de til allerhande vormen kan hebben, en de duivenzolder in een poortgebouw. Deze duivenverblijven zijn allemaal herkenbaar aan de duivengaten. Via deze gaten kunnen de duiven het hok in- en uitvliegen. Die gaten worden ook wel ‘gibbengaten’ genoemd, naar ‘gibben’, de benaming voor halfwilde duiven.

Vliegsteen en duivenslag

Bij gemetselde duivenverblijven is aan de onderzijde van een duivengat een horizontale baksteen geplaatst. Deze steen steekt iets uit, om de duiven een goede aan- en afvliegplaats te bieden. De steen wordt ook wel ‘vliegsteen’ genoemd. Bij houten hokken zorgt een horizontaal plankje voor een goede aan- en afvliegplaats. Verder is ieder duivengat voorzien van een ‘duivenslag’. Dat is een klepje aan de binnenzijde van het duivengat, waardoor de duiven hun hok wel vrij kunnen binnengaan, maar er niet zelf uit kunnen.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Landleven 10e jaargang nummer 6 november/december 2005
  • Ton van der Heijden (red.) Nederland Dichterbij Boerderijen (Amsterdam 1996), p. 91