Dwarsgebinten met twee gebintbalken

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Schema gebinten
Voorbeelden van etagegebinten
Voorbeelden van kreupele etagegebinten

In de dwarsgebinten met twee gebintbalken kunnen twee hoofdtypen worden onderscheiden. Meestal zijn de gebintbalken in (respectievelijk op) beide gebintstijlen gepend. We spreken dan van een etagegebint. Bij de huizen met etagegebinten rust de vloer van de eerste verdieping op de onderste gebintbalken. Doordat de onderste gebintbalk een ankerbalk of een tussenbalk kan zijn en de bovenste gebintbalk een dekbalk, een kopbalk, een ankerbalk of een tussenbalk, zijn er vele varianten van het etagegebint mogelijk. In een veel kleiner aantal gevallen is de ene gebintstijl belangrijk korter dan de andere. Alleen de onderste gebintbalk is dan in (respectievelijk op) beide gebintstijlen gepend, terwijl de bovenste gebintbalk in of op de lange gebintstijl is gepend en anderzijds op of in een schuin of verticaal geplaatste stijl rust, die de kracht overbrengt op de onderste gebintbalk. We spreken dan van een kreupel etagegebint. Ook bij deze gebinten bestaan er verschillende varianten.

Varianten met twee gebintbalken

Bezien we de twee typen dwarsgebinten met twee gebintbalken, dan blijken die de lange gebintstijl en de onderste gebintbalk gemeen te hebben. Die onderste gebintbalk is uiteraard steeds een ankerbalk of een tussenbalk. We beschouwen deze gebinten dan ook als trekbalkgebinten, waaraan de bovenste gebintbalk (met bijbehorende onderdelen) is toegevoegd.

De etagegebinten kunnen benoemd worden naar de aard van de onderste gebintbalk met vermelding van de aard van de bovenste, bijvoorbeeld tussenbalkgebint met toegevoegde dekbalk, ankerbalkgebint met toegevoegde kopbalk, dubbel ankerbalkgebint, ankerbalkgebint met toegevoegde dekbalk met overstek, dubbel tussenbalkgebint met overstek, enzovoorts. Van de verschillende variatiewijzen (zie ook 'dwarsgebinten met één gebintbalk') komt bij etagegebinten het overstek (eenzijdig of tweezijdig) het meest voor. In zeldzamere gevallen zijn zij voorzien van sleutelstukken, van tussenstijlen (één per etage, met of zonder korbeels) of van gebintstijlschoren op de onderste gebintbalk in plaats van korbeels onder de bovenste gebintbalk.

Kreupele etagegebinten zijn niet op eenvoudige wijze te benoemen; daarvoor is een beschrijving of een tekening nodig. Meestal staat de korte gebintstijl in een buitenwand van het gebouw; in de Alblasserwaard komt echter een boerderij voor met een zijbeuk ook aan die zijde. De onderste gebintbalk kan een ankerbalk of een tussenbalk zijn, maar bij de korte gebintstijl kan hij ook de vorm van een dekbalk hebben, met of zonder overstek. De bovenste gebintbalk is met de lange gebintstijl verbonden door middel van de dekbalk-, de ankerbalk- of de tussenbalkconstructie.

Twee hoofdvarianten kunnen worden onderscheiden. De eerste kan men aantreffen in het zuidwesten van ons land. Hierbij steekt de onderste gebintbalk niet over en rust de bovenste aan de zijde van de korte gebintstijl via een bovengebintbeen op de onderste gebintbalk. De bovenste gebintbalk steekt soms over de lange gebintstijl heen; hij is dan als een dekbalk erop gepend of kruist hem halfhouts. Soms is er een tussenstijl onder de onderste gebintbalk.

De andere hoofdvariant komt (spaarzaam) voor in Limburg. Hierbij is de bovenste gebintbalk een ankerbalk, die niet via een been, maar met een bovengebintstijl op de onderste gebintbalk staat, hetzij op het overstekende einde, hetzij meer binnenwaart. Als tussenelement is een gebintplaat op de gebintbalk gelegd, waarop die stijl staat. Dit soort gebinten kan niet ineens worden opgetrokken vanwege die tussen te voegen gebintplaat.

Verder lezen

Bron

  • G. Berends, Historische houtconstructies in Nederland, Arnhem 1999