Hallenhuisboerderij

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De halle(n)huisboerderij is een boerderijtype dat voorkomt in Oost-Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht en het aansluitende gebied van Zuid-Holland en het Gooi. Het dak wordt gedragen door ankerbalkgebinten, waardoor een brede, driebeukige opzet ontstaat: een brede middenbeuk en twee smallere zijbeuken. Het hallehuis heeft lage zijgevels en ver aflopende dakvlakken. Oorspronkelijk waren de wanden uitgevoerd in vakwerk, vooral in bosrijke streken. In deze periode bestond het interieur uit één grote, open ruimte met grote inrijdeuren in de achtergevel. Het vee stond met de koppen naar binnen en vond een plaats onder het dak dat opzij van de gebinten doorliep. De oogst werd op de zolder opgeslagen. Men leefden rond het open vuur aan de kant van de voorgevel. De rook trok naar buiten door de openingen in de hoeken van de nok en de kieren in het dak. Op de deel werd het graan gedorst. Deze oervorm van de hallehuisboerderij staat beter bekend als het 'los hoes'. Het hield in Twente lang stand, nog tot na 1945. In de loop van de tijd werd het woongedeelte van het werkgedeelte gescheiden door een brandmuur. Opslagmogelijkheden waren beperkt zodat op het erf aparte schuren gebouwd werden voor wagens, varkens, hooi, etc.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • E.J. Haslinghuis en H. Janse, Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.83
  • Bouwhistorie van boerderijen. Ontstaan en vorm van de boerderijen in Alblasserwaard en Vijfherenlanden, Stichting Boerderij en Erf Alblasserwaard – Vijfherenlanden 2001.

Verder lezen