Houten

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Deur met eikenhout imitatie. (Hardinxveld-Giessendam, De Koperen Knop). Foto: Bureau Helsdingen
Een bedsteewand met een mahoniehouten imitatie. De bossingen zijn extra aangezet met een biesje. Foto: Beeldbank Stichting Boerderij & Erf

Houten is een schildertechniek waarbij de structuur en kleur van houtsoorten met verf worden nagebootst.

Techniek van het houten

Hiervoor wordt eerst een egale basislaag van lijnolieverf opgezet die men laat drogen. Daarop komt een transparante verflaag waarbij het pigment met een ander bindmiddel, bijvoorbeeld op waterbasis, aangemaakt is.Vaak wordt hier bier of melk voor gebruikt. Als deze tweede verflaag nog nat is wordt deze bewerkt met een speciale kwast of een kam. Dit gebeurt zo dat er een houtstructuur ontstaat. Door deze tweede laag ontstaat de schildering. Afhankelijk van de kundigheid van de schilder is het resultaat vrij grof of bedrieglijk echt. Hierna wordt het werk afgelakt met een vernis.

Geschiedenis en toepassing

Houten is in de 17de eeuw uitgevonden. Aanvankelijk imiteerde men vaak niet echt een specifieke houtsoort, maar bracht een wat globale houtstructuur aan. Om belasting op eikenhout te ontduiken werden er soms zelfs eikenhoutimitaties op eikenhout aangebracht. Dit moest suggereren dat er een andere houtsoort onder zat. Vanaf circa 1740 werd het houten echt populair. Eerst bij de elite maar snel daarna ook bij de gewone burgers en boeren in het hele land. In eerste instantie maakte men alleen eiken-, mahonie- en wortelnotenhout imitaties. Later kwamen er ook andere houtsoortenimitaties bij. Goedkope houtsoorten kregen zo een luxe uitstraling. Houten werd niet alleen toegepast op deuren en kozijnen in het interieur, maar ook op meubelstukken, gereedschap tot aan de deksel van de poepdoos toe. De populariteit ontstond omdat het mooi, niet erg duur en sterk was. Arbeid was namelijk goedkoop in tegenstelling tot het materiaal. Voor houten gebruikte men namelijk goedkope pigmenten. Eikenimitatie kon licht en donker uitgevoerd worden en was vanaf de 17de eeuw tot circa 1900 populair. Het imiteren van mahonie was vooral in de 18de eeuw populair en in de 19de eeuw wordt het veel toegepast op bijvoorbeeld kasten. Notenhoutimitatie kwam veel minder voor en dan vooral in de tweede helft van de 18de eeuw. In de eerste helft van de 20ste eeuw komt er kritiek op de materiaalimitaties. Echt en eerlijk materiaalgebruik werd gepropageerd. Toen in de 20ste eeuw houtimitaties langs fotografische weg worden toegepast, raakte het traditioneel houten in onbruik.

Gebruikte kleuren en pigmenten

Voor het houten werd de ondergrond altijd lichter geschilderd dan de bovenlaag. Voor een lichte eikenimitatie gebruikte men ongebrande sienna en ongebrande omber. Om oud eiken te imiteren werd bruine oker, gebrande sienna en ongebrande omber gebruikt. Mahonie schilderde men op een roze basislaag. Voor de transparante laag kon gebrande sienna, gebrande omber, paarse dodekop en zwart gebruikt worden.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)