Houten topgevel

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De houten topgevel van de Staphorster boerderij in het Nederlands Openluchtmuseum. Bron: Hull, H.A.V. van ‘t, Nederlands verleden Nu, Het Nederlands Openluchtmuseum 75 jaar, pag. 52.

In het oosten van Twente en de Achterhoek staan boerderijen die hoger zijn dan de boerderijen elders in Overijssel en Gelderland. Vaak zijn ze voorzien van een houten topgevel. Over deze markante gebouwen is weinig met zekerheid bekend.

Oorsprong

De keuze voor topgevels in combinatie met de hogere daken op boerderijen kan zijn ingegeven door de behoefte aan meer zolderruimte voor de opslag van oogstproducten, maar dat is niet zeker. Ook staat het niet vast of de houten topgevel vooraf is gegaan door een topgevel uit andere materialen. Dat is echter wel waarschijnlijk. Vermoedelijk waren de topgevels oorspronkelijk van beleemd vlechtwerk, daarna van vlechtwerk en uiteindelijk van verticaal aangebrachte planken.

Overkraging

Sommige houten topgevels zijn overkragend uitgevoerd. Dat wil zeggen dat ze naar buiten springen ten opzichte van de ondergevel. Sommige deskundigen beweren dat de overkraging bedoeld was om de zolderruimte te vergroten, maar dat is onwaarschijnlijk. Twijfelachtig is ook de bewering dat de overkraging werd aangebracht om de ondergevel tegen weersinvloeden en inwatering te beschermen. Overkragende topgevels worden namelijk ook aangetroffen op gevels die doorgaans niet op de wind liggen. Bovendien zijn bij sommige boerderijen enkele gevels wel van een overkraging voorzien, maar uitgerekend niet de gevel die op de heersende windrichting ligt. Wat was dan wel de reden om voor een overkraging te kiezen? Mogelijk liggen er statusoverwegingen aan ten grondslag Een andere mogelijkheid is dat de overkragende gevel een vrij makkelijke bouwwijze is die ook bij middeleeuwse houten huizen in steden erg in zwang is geweest.

Overgang

Aan de uiterste oostgrens van ons land, onder andere in de omgeving van Winterswijk, zijn nog zadeldaken met houten topgevels boven de voor- en achtergevel bewaard gebleven. Oorspronkelijk hadden de boerderijen waarschijnlijk daken met aan vier zijden een aflopend dakschild (schilddak). Vervolgens is er een bouwtraditie ontstaan waarbij de boerderijen van houten topgevels werden voorzien. In Twente is een geleidelijke overgang te zien van oost naar west. In het oosten van de regio hebben de boerderijen hoge zadeldaken en houten topgevels. In midden Twente komen overgangsvormen voor, bijvoorbeeld een houten topgevel boven het woonhuisgedeelte van de boerderij en een aflopend dakschild boven het bedrijfsgedeelte. In het westen van Twente tenslotte, hebben de boerderijen lagere daken met aflopende dakschilden of wolfseind.

Ossenbloed

De ruwe eikenhouten planken waarvan de topgevels werden gemaakt, hebben in principe geen verf nodig. Toch zijn ze vaak wel geschilderd, meestal in de kleur groen of bruin. Langs de grens komt daarnaast een roodbruine kleur voor: ‘ossenbloed’. De kleurstof werd gemaakt door moerasijzererts uit de omgeving, ‘bonnis’, fijn te malen en er vervolgens biest van een ‘nieuwmelkse’ koe aan toe te voegen. Biest is door het hoge eiwitgehalte zeer kleverig. De simpel verkregen verfstof was zeer duurzaam. Eén laag ging soms wel een mensenleven mee! Niet alleen de topgevelschotten werden ermee geverfd, maar ook de balken van vakwerkhuizen en zelfs kisten en kasten in huis. Het echte 'ossenbloed' wordt nu niet meer gebruikt, maar er is nog wel verf in deze kleur te koop. Ossenbloed is een benaming voor een kleur die heel bekend is bij leken, maar de schildervakman gebruikt deze term niet. Ossenbloed is namelijk geen pigment maar de naam van de kleur. Het pigment is rode oker of ijzeroxide rood.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Houten topgevels', Landleven 6e jaargang, nummer 5 – september/oktober 2001
  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Links

Verder lezen