Karnmolen

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Op melkveebedrijven in en op de gemengde bedrijven op de zandgronden werd boter gekarnd. Op de grotere bedrijven gebeurde dat met behulp van een karnmolen (ook wel rosmolen genoemd.)

Boter maken

Boter wordt gemaakt van melk of room. Bij de traditionele manier om room te maken wordt de melk koud weggezet in de kelder in platte schalen. Na 12 uur kan de room van de melk afgeschept worden. Aan de melk of de room wordt zuursel toegevoegd waarna het 24 uur moet verzuren. Hierna wordt het gekarnd. De aangezuurde room of melk wordt karnsel genoemd. Het karnsel wordt nu stevig in beweging gebracht. De boter gaat nu samenklonteren en zich afscheiden van de karnemelk. Vervolgens moet de boter gewassen en gekneed worden en er wordt zout toegevoegd. Voor iedere kilo boter is ongeveer 20 liter melk nodig.

Het karnen

Een karnton is een ton die aan de bovenzijde smaller is dan aan de onderzijde. De room werd in beweging gebracht door een schijf met gaten (de ‘druif’) aan een karnstok (de ‘pols’) in de karnton geruime tijd krachtig op en neer te bewegen. Het hele proces duurde anderhalf tot twee uur (met tussentijdse rustpauzes) Oorspronkelijk gebeurde het karnen met de handkracht en dat is op kleine boerderijen nog lang zo gebleven.

De wipkarn

Om dit zware werk te verlichten werden er verschillende methoden bedacht. Aan een staander werdt een ijzeren as bevestigd. Hieraan werd een wip bevestigd. Door de wip omlaag te bewegen werd nu de karnstok omhoog gebracht. Door de wip te laten vieren ging de karnstok omlaag. Deze beweging is minder zwaar dan de karnstok rechtstreeks omhoog en omlaag te brengen.

De schommel of tuimelkarn

Bij de schommel- en de tuimelkarn wordt het karnsel in beweging gebracht door een karnton op en neer te bewegen of om de as te laten wentelen.

De paardenkarn

Toen in de zeventiende eeuw de veestapels steeds groter werden, werd het noodzakelijk een andere oplossing te zoeken om de alsmaar groeiende melkproductie te verwerken. De paardenkarn bleek de oplossing te zijn. De inzet van een paard maakte het mogelijk een grotere karnton te gebruiken, waardoor meer room in één keer verwerkt kon worden.

In kleinere boerderijgebouwen was binnen in de boerderij geen plaats voor een door paarden aangedreven karnmolen. Daarom werd op het erf, direct naast de boerderij en grenzend aan het karnvertrek, een apart gebouwtje neergezet. Daarin stond de karnmolen en kon het paard zijn rondjes lopen. Karnhuizen hadden meestal een ronde of veelhoekige vorm; soms waren ze vierkant. Ze waren opgetrokken uit steen of hout en het dak was vaak van stro. Het karnpad, de vloer waar het paard liep, bestond uit in cirkels gelegde klinkers.

Bij het karnen liep het paard rondjes over het karnpad. De meeste karnpaden zijn van rond gelegde klinkers. Dit afwijkende type is rechthoekig en bevindt zich in een boerderij te Ottoland (ZH). (Bron: Fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)

Kleine rondjes

In paardenkarnmolens liep een paard kleine rondjes over een karnpad. Het had een hoofdkap of oogkleppen op tegen het draaierig worden. Het bracht een verticale boom of spil in beweging. Aan de bovenzijde daarvan was een groot tandwiel van drie à vier meter doorsnede bevestigd. De draaiende beweging werd via een mechanisme met houten tandwielen en assen overgebracht naar het karnvertrek. Vervolgens werd het omgezet in een op en neer gaande beweging, waarmee de stamper in de karnton in beweging werd gebracht. In Brabant werden karnmolens af en toe door een of os of een koe aangedreven.

Hondenkracht

Waarschijnlijk al vanaf het einde van de achttiende eeuw werden in Brabant en andere streken van ons land hondenkarnen gebruikt. In een hondenkarn loopt een hond in een grote tredmolen om bewegingsenergie op te wekken. Net als bij een paardenkarn wordt de draaiende beweging vervolgens via een mechanisme van tandwielen en bomen omgezet in een op en neer gaande beweging.

Bewaarde karnmolens

Er zijn vrijwel geen complete en authentieke karnmolens meer aanwezig. Daarvoor moeten we naar het openluchtmuseum in Arnhem. In de hele Alblasserwaard is één complete en authentieke karnmolen aanwezig. Die staat in de vervallen en met sloop bedreigde boerderij Bruggraaf 6 te Meerkerk. In Arkel is een karnmolen herplaatst die afkomstig is uit Noordeloos. Restanten van dergelijke paardenkarnen worden nog wel vaker aangetroffen. Soms ligt het ronde karnpad er nog, met klinkertjes en plavuizen. Dan zie je vaak in de zoldering nog de sporen van de aanhechting van de molen in de vorm van klossen tegen de balklaag, voor het vasthouden van de spil van de molen. In de loop van de tijd zijn de meeste karnmolens verdwenen. De vermolmde molen is in stukken gezaagd voor kachelhout en het karnpad verdwenen voor een nieuwe betonvloer.


Bron

  • Landleven 10e jaargang nummer 6 - november/december 2005
  • Landleven 14e jaargang nummer 5 - juli/augustus 2009
  • Ton van der Heijden (red.) Nederland Dichterbij Boerderijen (Amsterdam 1996) 26
  • Uit nieuwsbrief Boerderij & Erf
  • Bureau Helsdingen