M.I.P. Monumenten Inventarisatie Project

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

MIP staat voor Monumenten Inventarisatie project. Deze inventarisatie is een landelijk Nederlands project dat tussen 1986 en 1995 werd uitgevoerd. Hierbij zijn de historische gebouwen/complexen die gebouwd zijn tussen 1850 en 1940 geïnventariseerd.

Doelstelling

De eerste rijksmonumenten zijn aangewezen bij de inventarisatie in de jaren 60 van de 20ste eeuw. De gebouwen die toen als monument beschermd zijn, zijn allemaal gebouwd voor 1850. In de loop der jaren begon men het een steeds groter probleem te vinden dat gebouwen die jonger dan 1850 waren niet meegenomen zijn in deze inventarisatie. Ook jongere panden kunnen door zeldzaamheid, gaafheid, kenmerkendheid of representatie van een bouwstijl het behouden waard zijn. Om deze achterstand in te halen werd in 1986 het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) gestart. Doel van dit MIP was om voor de periode 1850 - 1940 voor heel Nederland:

  • overzicht te krijgen in jongere bouwkunst en stedenbouw;
  • kennis en waardering te bevorderen voor stads- en dorpsgezichten en monumenten;
  • materiaal te verzamelen wat kan dienen als informatiebron voor publicaties over architectuurhistorie, bouwhistorie, historische geografie en industriële archeologie;
  • bouwstenen te verzamelen voor het Rijk, provincies en gemeenten zodat hiermee beleid ontwikkeld kan worden op het gebied van ruimtelijke ordening, planologie, stadsontwikkeling en monumentenzorg;
  • informatie te verzamelen voor rijk, provincie en gemeenten die kan dienen voor de verdere selectie en registratie en bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten.

De MIP-inventarisatie is opgestart vanuit het rijk, en de coördinatie en de uitvoering was gedelegeerd aan de provincies en de vier grootste steden. De MIP-inventarisatie werd uitgevoerd per inventarisatiegebied. Deze werden weer onderverdeeld in gemeenten. Vastgelegd werd:

  • de ruimtelijke ontwikkeling van het inventarisatiegebied;
  • de historische geografie, de sociaal-economische situatie, en stedenbouwkundige en planologische ontwikkelingen per gemeente;
  • veldonderzoek naar de objecten, met aandacht voor de stedenbouwkundige typologie;
  • het feitelijke inventarisatierapport met per gemeente foto’s en beschrijvingen van de objecten.

De MIP-inventarisatie is enkele jaren geleden afgerond. De uitkomst is dat er 165.000 objecten zijn beschreven. Een pand dat op de MIP-lijst staat kan aan deze vermelding geen juridische status en geen bescherming ontlenen. Een ‘MIP-pand’ is dus geen beschermd monument. Wel wordt de MIP-lijst gebruikt -en daar was het ook voor bedoeld- om hieruit te putten voor rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. In bestemmingsplannen kunnen de MIP-objecten opgenomen worden als beeldbepalende panden. Deze panden ontlenen hun status niet aan de MIP-vermelding, maar aan het vervolg wat aan de MIP-lijst kan worden gegeven.

Het Monumenten Selectie Project en de Monumenten Registratie Procedure

Het Monumenten Selectie Project (MSP) is bedoeld om een selectie te maken uit de MIP-inventarisatie, en deze toe te voegen aan de rijksmonumentenlijst. Het gaat hier om objecten, complexen of gebieden uit de periode 1850-1940 die een zodanige waarde hebben dat de bescherming als monument van ‘nationaal belang’ gerechtvaardigd is. Evenals bij het MIP is MSP een samenwerking tussen rijk (RCE), provincies en gemeenten. De selectie is verricht door de ‘MSP-teams’ op grond van uniforme en centrale richtlijnen. De MSP-teams zijn daarna tot een ‘indicatieve lijst’ (IL) gekomen. Op basis van de IL maakte de provincie een selectie. De gemeenteraad maakte een inhoudelijke afweging en een belangenafweging op basis van deze IL. De objecten op deze potentiële lijst van rijksmonumenten werden door de staatssecretaris van OC&W als monument aangewezen. Na aanwijzing volgt de Monumenten Registratie Procedure (MRP). De afweging tussen het individuele belang van de eigenaar en het algemene belang van de monumentenzorg moest zorgvuldig gebeuren. Daarom kon de aanwijzingsprocedure tot rijksmonument enige jaren duren. Uiteindelijk zijn via de MSRP ruim 10.000 objecten daadwerkelijk als rijksmonumenten aangemerkt. Dat is 6,5% van de MIP-inventarisatie. In 2000 is het MSP afgerond. De MRP is inmiddels ook afgerond. De Monumentenwet 1988 hanteerde voor een ‘monument’ een minimale leeftijd van vijftig jaar. De nieuwe Monumentenwet heeft per 1-1-2012 deze 50 jaar grens losgelaten. Hierdoor kunnen ook panden uit de naoorlogse Wederopbouwperiode monument worden.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • P.T. den Hertog, Van Oud naar Behoud (2005)

Links