Makelaar

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Makelaars in de hoogte

door Meine Mollema en Johan Karelse

Bij de naspeuringen naar de vorm en functie van de makelaar troffen wij in het archief het boekje Makelaars in Hardinxveld-Giessendam door Arnold Haan, uitgegeven in 1981 door de historische vereniging ter plaatse. Een makelaar is een boven de nok oprijzende topgevelbekroning in de vorm van een plank of een stok. Er is haast geen bouwkundig onderdeel van een huis, schuur of boerderij te duiden dat het zo zwaar voor de kiezen krijgt als de makelaar. In weer en wind staat hij op het topje van het dak zijn rol als koppelaar van de spanten en windveren hoog te houden.

Functie

Allereerst willen we kijken naar de functie van de makelaar. Om het buiten de gevel stekende gedeelte van het dak tegen inwateren te beschermen worden tegen de koppen van de muurplaat, gordingen en nokgording de zogenaamde windveren gespijkerd. Om een waterdichte aansluiting te verkrijgen met het daarachter liggende pannendak wordt op deze windveren en over de aansluitende rij dakpannen een liggende plank bevestigd, de dekveer. Op de plaats van de ontmoeting van beide windveren wordt een plank of een stok bevestigd, de makelaar. Doormiddel van houten pennen of spijkers verbindt men de makelaar en de windveren en aldus wordt een goede afdichting van de naad tussen de beide windveren verkregen. De makelaar komt niet alleen in beeld bij opstallen met overstekende pannen daken, maar ook bij overstekend riet komt de plank van de makelaar goed van pas en zorgt voor de knelling van het riet in de nok. Wanneer de voorgevel geheel in metselwerk is uitgevoerd, dan wordt voor het riet de knelling en afdichting gezocht door in de nok een muurtje met een breedte van vier of vijf stenen op te metselen, mannetje of wachter genoemd, veelal afgedekt met een bewerkte hardstenen plaat. Bij kapvormen met een wolfseind past de makelaar natuurlijk ook niet. Toch vinden wij in het kapspant ook de makelaar terug in de vorm van de koningsstijl, waaraan de trekplaat van de spanten zijn opgehangen.

Ouderdom en symboliek

Bij de schuren die rond de 18de en de 19de eeuw hun intrede deden op het boerenerf, en voor zover ze werden uitgevoerd met houten gevels en met riet of pannen overstekende daken, werd de makelaar algemeen toegepast. Aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw wordt de makelaar steeds vaker een bekroning van het gebouw door decoratieve en sierlijke elementen aan te brengen. Soms werden makelaar en windveer rijkelijk versierd met ajour zaagwerk. De meest fraaie exemplaren komen uit deze periode. Tenslotte, zo rond 1930 eindigt het barokke beeld van de makelaar en wordt de voorheen zo kunstig bewerkte plank teruggebracht tot een simpele stok of plank. Over de symboliek van de makelaar doen verschillende verhalen de ronde: het zou een gestileerde boom zijn, verwijzend naar de booms des levens, vergelijkbaar met de gietijzeren levensbomen in de bovenlichten boven deuren, of wijzen naar het hogere. In hoeverre dat allemaal juist is, blijft de vraag. Zeker is dat de lokale timmerman of rietdekker een belangrijke rol speelde bij de uitvoering. Hun gevoel voor vormen is zeer bepalend geweest. In de timmerloodsen treft men soms, al of niet op schaal, mallen aan voor de makelaar. Op ware grootte zijn het enorme gevaarten, tot wel 1,50 tot 1,80 meter hoog. Op de zolder van de Koperen Knop zijn er enkele te bewonderen. Wat betreft de duurzaamheid ontlopen de uitvoering met de punt naar boven als wel naar beneden elkaar niet zoveel. Zonder onderhoud is de levensduur beperkt in beide gevallen tot een eeuw. De meeste makelaars die nu aan de top staan zijn dan ook replica van voorgangers. De Historische vereniging van Hardinxveld – Giessendam neemt het op voor de echte traditionele makelaar en moedigt aan om de makelaar eens te verwennen door een extra verfbeurt, zodat dit kleine ornament bewaard blijft. En bij deze oproep willen wij ons van harte aansluiten.

Eenvoudige makelaar op een gepotdekselde schuur te Brandwijk (ZH). Inmiddels gesloopt.(Bron: Fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)
Kenmerkend voor de chaletstijl zijn de bezaagde decoraties langs de dakrand. Rijk uitgevoerd voorbeeld uit 1911 te Hei- en Boeicop (ZH) (Bron: Fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)

Bron

  • Uit nieuwsbrief Boerderij & Erf [1]
  • Tekst door: Meine Mollema en Johan Karelse