Restaureren veel gemaakte fouten

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Vensters vervangen door vensters met verkeerde verhoudingen en te dikke roeden

Als de staat van de kozijnen zo slecht is dat repareren niet meer mogelijk is, is complete vervanging de volgende stap. Bij vervanging van historische kozijnen is het erg belangrijk dat de originele detaillering gehandhaafd blijft. Het aanbrengen van dubbelglas heeft meer consequenties dan het op het eerste gezicht lijkt. Gewoon dubbelglas is veel dikker en zwaarder dan enkelglas. In de praktijk leidt dat tot het vervangen van raamhout, het verzwaren van roedes en aanpassingen aan het kozijn. Het originele venster is dan onherstelbaar ‘gerestaureerd’.
Bij dit ‘nieuwe’ schuifvensters zijn de roeden breder gemaakt om dubbel glas aan te kunnen brengen. Daarnaast zijn de verhoudingen van de ruiten niet goed. De ruiten in het bovenraam zijn anders van maat en verhoudingen dan in het onderraam; dit is lelijk. In het bovenraam zijn de ruiten breder dan hoog; dit is historisch onjuist. Het is veel fraaier als de ruiten hoger zijn dan breed.

Metselwerk inboeten als de oorzaak van de scheurvorming niet is weggenomen

Het inboeten (repareren) van scheuren in het metselwerk is zinloos als de fundering aan het verzakken is. De scheur komt dan gewoon weer terug. Inboetwerk moet aansluiten bij het bestaande werk. Dit is niet alleen mooier maar ook technisch beter. De nieuwe stenen moeten dus dezelfde maat, kleur en hardheid hebben als de bestaande stenen.

Te harde metsel en voegspecie gebruiken in oude zachte muren

Ook de mortelsamenstelling moet afgestemd zijn op het bestaande werk. Zo hoort bij een zachte steen een zachte mortel met veel kalk en geen of weinig cement. De meeste historische gebouwen, zeker woonhuizen van vóór 1900, zijn gemetseld, gevoegd en gepleisterd met kalkmortels. Dit zijn mortels waarin kalk het bindmiddel is (en zand het toeslagmiddel). Bij cementmortels is cement het bindmiddel. Door deze eigenschappen is een kalkvoeg altijd zachter dan of even zacht als de omringende baksteen. Dat is een waardevolle eigenschap bij buitenmuren. Die moeten immers veel vocht kunnen transporteren: van binnen naar buiten (woonvocht) en van buiten naar buiten (regen). Vochttransport vindt plaats via de weg van de minste weerstand: in geval van kalkmortel is dat de voeg. Kalkvoegen nemen eenvoudig vocht op en kunnen het ook weer snel afstaan. En als er een keer iets kapot vriest is het de voeg en niet de baksteen, want die neemt minder snel vocht op.

Bij een cementvoeg is de baksteen vaak het zachtste en meest poreuze onderdeel. Gevolg: de baksteen neemt het vocht op en kan het niet door de voegen verder transporteren. Daarom moet het vocht ook weer via de baksteen uitdampen. Als het vriest kan de steen gemakkelijker kapot vriezen (afgeschilferde bakstenen). Cementmortels worden door metselaars graag toegepast omdat je er sneller mee kunt bouwen en omdat ze beter waterdicht zijn, wat juist een probleem is bij ‘zachte bakstenen’. Cementmortels kun je alleen toepassen bij harde baksteen. Bij twijfel over de hardheid van de steen geldt de regel: zachte kalkvoeg aanbrengen.

Voegwerk vervangen als dat niet nodig is

Goede voegen zijn belangrijk om het water uit de gevel te houden. Tegenwoordig wordt het voegwerk echter te vaak vervangen door dikke, naar voren uitstekende geknipte voegen, ook als hier geen technische noodzaak voor is. De voeg is veel grover dan de originele, waardoor het oorspronkelijke beeld wordt aangetast. Bij het ophakken en uitslijpen van de voegen beschadigt men vrijwel altijd de stenen. De schade kan onhelstelbaar zijn. Beperk de reparatie tot de slechte delen van het voegwerk. Het kan u veel geld besparen.
Deze gevel is gereinigd en opnieuw gevoegd. Het nieuwe voegwerk is veel breder dan het oude voegwerk, dat nog te zien is op de plaats waar het bordje zat. De gevel verandert hierdoor sterk van karakter.

Gevel laten reinigen en stralen

Het reinigen van gevels wordt vrijwel voor alle methoden ontraden. De gebruikte middelen en methoden zijn te agressief waardoor de bakhuid van de stenen beschadigd of verwijderd wordt. Zonder deze bakhuid zal de steen op termijn veel sneller gaan verweren en vervuilen.

Gevel laten hydrofoberen

Ook het met chemische middelen waterafstotend maken van muren, hydrofoberen, wordt sterk ontraden. In het waterafstotende laagje dat op de gevel wordt aangebracht, ontstaan op den duur haarscheurtjes. Vocht wat hier achter komt, kan niet meer uit de gevel verdampen. Hierdoor ontstaan meer problemen dan er worden opgelost. Indien er vochtproblemen in een gevel aangetroffen worden moet de oorzaak worden weggenomen.

Oude dakpannen vervangen door een modernere dakpan

Het gebeurt nogal eens dat de originele Oudhollandse dakpannen vervangen worden door moderne Opnieuw Verbeterde Hollandse pannen. Als argument wordt dan meestal aangedragen dat langs de Oudhollandse pannen bij ongunstige weersomstandigheden water of sneeuw binnenkomt. Het vervangen van de originele pannen is een enorme verarming van het historische gebouw. Uitgangspunt bij reparatie moet zijn dat de oorspronkelijke soort wordt teruggeplaatst. Wanneer dit gecombineerd wordt met het aanbrengen van een deugdelijke damp-open folie onder de pannen, wordt het vocht weer naar buiten afgevoerd. Zo vormen de gebreken van de oude pannen geen probleem meer.

Verkeerd hang- en sluitwerk toepassen

Gehengen van deuren en luiken willen ook nogal eens roesten. Voor het aanzien van het monument is het wel belangrijk dat deze behandeld worden en niet vervangen worden door moderne bandstalen exemplaren. Ditzelfde geldt ook voor al het hang- en sluitwerk zoals grendels, deurknoppen en raamsluitingen van het pand. Historisch hang- en sluitwerk is waardevol en veel verfijnder en gevarieerder dan het huidige assortiment. Wanneer behoud niet mogelijk is, kan een replica gezocht worden of zelfs gemaakt worden door een daarin gespecialiseerde vakman.

Dampremmer aan de verkeerde kant toepassen

Het isoleren van gebouwen moet zorgvuldig gebeuren om geen vervolgschade te krijgen. In een gebouw is het, over het gehele jaar genomen, warmer en vochtiger dan buiten. Warmte en vocht worden door de muren en daken heen van binnen naar buiten afgevoerd. Daarom moet bij isolatie een dampremmende folie zonder kieren en gaten aan de warme kant aangebracht worden, anders treedt er condensvorming in de constructie op, waardoor ondermeer houtrot kan ontstaan. Een verkeerd aangebrachte dampremmer kan zelfs ingerotte balkkoppen tot gevolg hebben.

Onnodig en ongewenst isoleren

In een slaapkamer, waar de bewoner altijd met het open raam slaapt, is het aanbrengen van dubbelglas niet zinvol. En in een gebouw met een bijzondere wandbetimmering is het aanbrengen van een geïsoleerde voorzetwand meestal niet mogelijk, zonder het monumentale karakter aan te tasten. Het bouwbesluit stelt eisen aan de isolatie van een gebouw. Waar deze eisen in strijd zijn met de monumentale waarden kan ontheffing van het bouwbesluit aangevraagd worden.

Het dak zo isoleren zodat de aansluitingen op het metselwerk niet uitkomen

Bij pannendaken kan de isolatie op twee manieren aangebracht worden. Zo kan de isolatie van binnenuit tussen de gordingen aangebracht worden. In de praktijk blijkt echter dat het aanbrengen van een effectieve dampremmer vooral ter plaatse van de kapspanten lastig is, met een grote kans op vochtschade. Ook kan de isolatie óp het dakbeschot, onder de pannen worden aangebracht, maar wees alert op aantasting van de monumentale waarden. Een te dikke isolatieplaat kan lelijk uitpakken bij ondermeer de goten. Om te voorkomen dat het water er overheen stroomt, volgt tot slot nog een extra kostenpost voor het aanpassen van de goten. Er zijn nieuwe dunne isolatiematerialen op de markt gekomen, waarmee deze aansluitproblemen voorkomen kunnen worden.

Oorspronkelijk waren hier geen windveren, maar door het aanbrengen van een dik isolatiepakket komen de aansluiting van het dak op de gevels niet meer goed uit. Helaas is dit opgelost met te windveren die hier niet thuishoren.

Te veel dakkapellen en/of dakramen toepassen

Licht op zolder is een veel voorkomende moderne woonwens. Maar te veel dakramen en of dakkapellen in een dak is niet fraai. Nieuwe dakdoorbrekingen moeten daarom zo klein mogelijk zijn en aan de minst zichtbare kant van het pand worden toegepast. Het is de kunst om voldoende licht binnen te krijgen terwijl het dakvlak toch ‘gesloten lijkt. ‘Dakkapellen en dakramen moeten zo aangebracht worden dat zij tussen de dakspanten en sporen vallen, om zo min mogelijk schade aan te brengen aan de constructie. Vaak heeft een dakraam de voorkeur boven een dakkapel, omdat deze niet uit het dakvlak steekt.

‘Standaard’ restauratie kleuren toepassen

Hoewel monumenten zeer divers zijn, wordt toch vaak voor dezelfde standaardkleuren gekozen: standgroen, ook wel monumentengroen genoemd, voor de bewegende delen zoals ramen, deuren en luiken en roomwit voor de kozijnen. Dit is in de meeste gevallen de passende kleurstelling maar vergeet niet dat onze historie veel kleurrijker is. Probleem is ook dat standgroen de neiging heeft om door inwerking van licht te verdonkeren en te verblauwen. Het roomwit bleekt echter door de zon juist op. Als we nu tegen de schilder zeggen: “Doe maar hetzelfde als erop zat”, dan wordt het groen in de loop der jaren steeds donkerder en het roomwit steeds lichter.

Bron