Schouw

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Eén van de meest essentiële plaatsen in de boerderij was de schouw. Omstreeks het midden van de 16de eeuw werd de stookplaats van het midden van de woonruimte verplaatst naar de voorzijde van de brandmuur. De rookgassen werden nu via een rookvang en een gemetseld kanaal afgevoerd. Onder de schouw werd het hele jaar door gekookt en in de winter was er warmte. De grote schouw met zijn dominerende rookvang liet echter veel warmte verloren gaan door de grote brede schoorsteen, waardoor het rendement maar gering was.

Het meest kenmerkende element van de schouw is de rookvang die in de 16de eeuw de vorm krijgt van een rechte boezem die is afgewerkt met een kroonlijst (schouwlijst), al of niet gedragen door twee muurtjes: de zgn. wangen of schoor-stenen of door zgn. zuiltjes of pilasters. Hier is ook ons woord schoorsteen van afgeleid. De schouwen uit de 16de eeuw en ook de vroege schouwen in de 17de eeuw hebben nog lang de schoor-stenen gehad die de rookvang ondersteunen. De schoor-stenen of wangen hebben dan vaak stijlkenmerken en decoraties in de Hollandse Renaissance stijl. In de 18de eeuw zijn de schoor-stenen geheel verdwenen en vervangen door gedecoreerde tegelpilasters als voorstelling op de plaats waar zich oorspronkelijk de ‘schoor-stenen’ of zuiltjes bevonden. In zeer oude schouwen zijn soms opzij van de haard ook één of twee kaarsnissen aan te treffen.

Er zijn in boerderijen twee modellen of typen schouwen te onderscheiden in hoofdvorm namelijk: de nisschouw en de hangschouw. In de gebruiksfunctie zijn de werkschouw (vaal ook de stookplaats voor veevoer) en de luxe schouw (in het voorhuis of de heerd).

Hoe mooi en sierlijk de schouwen werden uitgedost hangt sterk af van de welstand van de degene die hem liet bouwen. Niet zelden diende de (luxe) schouw als pronkstuk in de boerderij. Ook kwam het veel voor de een dat de oorspronkelijke eenvoudig uitgevoerde schouw in betere tijden werd voorzien van tegeltableaus en versieringen. Met andere woorden: Aan de hand van de tegels is niet altijd het bouwjaar van de boerderij te bepalen.

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • M. Mollema, De Boerderij Het behouden waard (Groot-Ammers 2014) pp.99-103.
  • L.M. den Toom, Schouwen en Schoorstenen in de Krimpener- en Lopikerwaard (Ammerstol, 1996) p.15.
  • H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam 1993) p.356.

Verder lezen

  • H. Janse, Houten Huizen een unieke bouwwijze in Noord-Holland (Zaltbommel, 1974) pp.75-86.