Schuifvenster

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Twee schuifvensters van Koninklijk Paleis het Loo en Slot Zeist uit de periode van rond 1685. Bron: Jehee, J.J. Tussen lucht en licht, Ontwikkeling van de vensters, kozijnen, ramen en luiken Zwolle (Waanders) 2010, pag. 111.

Een historisch schuifraam is een venster waarvan het onderste raam omhoog kan schuiven achter het bovenste raam. Het raam gaat dus open zonder scharnieren.

Ontstaan

Omstreeks 1685 verscheen er een nieuw type kozijn zonder kruis met een schuifraam, waarvan het bovenste deel boven de tussendorpel vastzat en het onderste deel kon schuiven. Korte tijd later maakte de vaste tussendorpel plaats voor een wisseldorpel. De eerste schuiframen met een wisseldorpel werden rond 1685 toegepast. Bijvoorbeeld in Slot Zeist en Paleis het Loo bij Apeldoorn. Een schuifraam kon op en neer bewegen door twee contragewichten aan weerszijden van een raam die vervolgens met koorden aan het raam verbonden was. De koorden liepen over twee houten katrollen of raamschijven. De stijlen van deze vroeg toegepaste schuifraamkozijnen werden uit vier losse delen samengesteld. Op deze manier werden kokers gevormd die plaats boden voor loden- en later gietijzeren raamgewichten. Rond 1700 zijn de eerste massieve kozijnstijlen toegepast, waarin een koker voor het loden gewicht is uitgehakt. De koker werd afgedicht met een geprofileerde plank dat een belegstuk wordt genoemd. In sommige gevallen kon het belegstuk met zogenaamde belegschroeven worden aangedraaid zodat men geen last had van tochtende of rammelende ramen.

Grotere ruitmaat

De eerste schuiframen hadden kleine ruitjes met in de breedte soms wel vijf ruiten die waren gevat in dunne houten roeden van eikenhout. Toen omstreeks 1750 de kwaliteit van het glas beter werd, waren er nog maar vier ruiten nodig en tegen 1800 zelfs nog maar drie of twee. Vanaf rond 1850 kwam het industrieel gemaakte glas op de markt, dat goedkoper was en het mogelijk maakte om ook in de schuiframen van eenvoudige huizen en boerderijen maar twee ruiten in de breedte te plaatsen. Het vaste bovendeel, het bovenlicht, kon toen van één enkele ruit worden voorzien. Op die manier ontstond het T-schuifraam. Weer een tijd later kon uiteindelijk ook het onderste deel van één enkele ruit worden voorzien en zo ontstond het H-schuifraam.

Wisseldorpel verplaatst

Aan het eind van de 18de eeuw kwamen de Franse Empirevensters in de mode. Deze vensters waren vaak zesruits met twee ruiten naast elkaar met daartussen een brede verticale roede. Vanwege de toepassing van een grotere ruitmaat kreeg men vaak ook een geheel andere raamverhouding. Doordat het kozijn niet werd vervangen, werd de hoogte van de wisseldorpel aangepast. Deze kwam vaak een stuk hoger te liggen en de lage sponning in het kozijn werd daarbij opgevuld met een latje. Dit zogenaamde ‘vullatje’ kun je vaak aan de buitenkant van een kozijn zien zitten omdat hout op de naden altijd werkt, ook al is het geschilderd. In sommige gevallen kun je ook nog aan de paneelverhouding van de binnenluiken zien hoe de oorspronkelijke ruit/roedeverdeling is geweest bij een gemoderniseerd schuifvenster.

Roeden uitgezaagd

Veel kozijnen zijn in de loop der eeuwen gemoderniseerd. Het vervangen van een schuifraam bij boerderijen was vaak een gevolg van noodzakelijk onderhoud, maar het werd ook gedaan vanwege de heersende mode. Schuiframen kregen op deze wijze steeds minder ruiten, omdat iedereen zijn huis graag een wat moderner uiterlijk wilde geven. Dit was zeker het geval als de roeden gewoon uit het raam werden gezaagd. Bij de oude ramen is dat aan de binnenzijde vaak te zien aan de dichtgezette gaten in de profilering. Tegenwoordig is echter bij veel restauraties een oudere vorm teruggebracht.

Schuifraam wordt openslaand raam

Soms zijn oude schuifvensters omgebouwd tot een openslaand raam. Vooral bij T-schuiframen kan men nog wel eens aantreffen dat het onderste raam met de verticale roede is vervangen door een uit twee helften bestaand openslaand raam. Bij H-schuiframen worden de vaste bovenramen vervangen door een uitklapbaar raam. Daarbij is vaak de toepassing van een tussendorpel teruggekeerd.

Links

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Janse, H, Amsterdam gebouwd op Palen (1996) p.64-67
  • Visser, I de, Kleur op Boerderijen (2005) p.48
  • Jehee, J,J, Tussen Lucht en Licht (2010) p.107
  • Bot, P, Vademecum historische bouwmaterialen, installaties en infrastructuur (2009) p.224