Slijpsteen

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Op ieder boerenerf stond vroeger wel een zandstenen slijpsteen. Daarop werden messen, beitels, bijlen, schoffels, schoppen en ander gereedschap scherp gehouden. De slijpsteen brengt voor menigeen herinneringen aan vroeger naar boven.

De combinatie van de tamelijk zachte zandsteen, het relatief lage toerental – het proces is goed beheersbaar – en de koeling door water maakt dat slijpen op een ouderwetse zandsteen een prachtig resultaat geeft. Blauw worden (verbranden) van het ijzer is er niet bij. Al het gereedschap en zelfs schaatsen zijn als nieuw na een slijpbeurt op de geelgrijze steen. Naderhand nog even wetten met een wetsteentje en klaar is Kees.

Klein gereedschap

’Iedere boer bij ons op Schouwen-Duiveland had een slijpsteen op het erf. Deze werd vooral gebruikt voor het slijpen van fijn spul, zoals messen en scharen, niet voor het grotere werk’, vertelt Rien Mol, bestuurslid van museumboerderij Goemanszorg in Dreischor. Groter gereedschap, maar bijvoorbeeld ook de schoffel werd niet geslepen maar gehaard uitgesmeed zoals dat nu nog met de zeis gebeurt. Ook de ploegschaar werd niet geslepen, maar naar de smid gebracht. Rien Mol: ‘Ik herinner me een gierige boer die, om de kosten van de smid uit te sparen, toch zelf met de slijpsteen z’n ploegschaar wilde scherpen. Dat lukte niet en het kostte hem zelfs zijn fraaie steen, waardoor goedkoop uiteindelijk duurkoop werd.

Slijtage

Een slijpsteen ging een leven lang mee. Een nieuwe mat ruim een halve meter in doorsnede, een flink gebruikte uiteindelijk nog maar zo’n 20 centimeter. ‘Maar tegen die tijd was je zelf ook wel versleten’, grinnikt Lub Visch, gastheer bij het Veluws streekmuseum Hagedoorns Plaatse in Epe. Hij weet nog goed dat ook op ieder Veluws erf een slijpsteen stond. ‘Dat is inmiddels verleden tijd, maar bij ons in het museum staat er natuurlijk wel een. Daar slijp ik nu regelmatig mijn zakmes op, heel fijn gaat dat.’

Ingegraven poten

Omdat een zandstenen slijpsteen nat gebruikt moet worden hing hij vaak in een waterbak van hout of metaal. Ontbrak die bak, dan werd de boel tijdens het slijpen met een emmer of gieter nat gehouden. Voor het slijpen waren altijd twee personen nodig: één om te draaien en één voor het daadwerkelijke slijpen. In de meeste regio’s stond de slijpsteen op een onderstel van vier poten, in Kampen en omgeving waren dat er vaak twee. ‘Die poten waren in de grond ingegraven, waardoor de boel muurvast stond’, vertelt melkveehouder Joop Koers. Ook hier liep de steen door een bak met water. Op de rand van die bak was aan weerskanten een glijlagertje bevestigd, waarop de as rustte. Die as liep door het hart van de steen en zat in sommige gevallen met vloeiend lood verankerd, in andere gevallen met houten keggen in het asgat vastgeklemd. De tweede methode had als voordeel dat de steen na verloop van tijd opnieuw ‘uit te lijnen’ was. De waterbak moest ’s winters wel leeg gemaakt worden, om stukvriezen van de steen te voorkomen.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Herinneringen aan de slijpsteen', Landleven 15e jaargang, nummer 6- september 2010

Links

Verder lezen