Spoor

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De sporenkap in het Nederlands Openluchtmuseum van een kleine boerderij uit Beltrum. Bron: Hull, H.A.V. van ‘t, Nederlands verleden Nu, Het Nederlands Openluchtmuseum 75 jaar, pag. 97.

Een spoor is een onderdeel van het dak. Het is een rond of rechthoekig/vierkant bezaagd hout in de schuinte van het dak, vanaf een plaat tot in de nok, diende voor het dragen van de dakbedekking (middels latten of soms dakbeschot). Een spoor wordt ook wel dakspoor of dakspar genoemd.

Dakspoor in een sporenkap

Een spoor kan een ronde, rechthoekige of vierkante doorsnede hebben. De afmetingen van de doorsnede zijn vrij klein (vaak rond de 70mm). De dakspoor ondersteunt het dakbeschot of enkel de panlatten en loopt van de muurplaat/dakvoet naar de nok over eventueel aanwezige flieringen en/of gebintplaat. Hierdoor is de lengte van een dakspoor, in verhouding met de doorsnede, erg groot. Bij grote daken liggen er vaak twee sporen boven elkaar. De hart-op-hart afstand van de sporen onderling is vrij klein, meestal tussen de 300-1000mm. Daksporen vormen per twee tegenover elkaar gelegen sporen een koppel. Boven in de nok komen de sporen bij elkaar en worden daar door-en-door aan elkaar verbonden. Meestal wordt er om de 5 paren sporen een hanenbalk tussen de daksporen geplaatst.

Onderhoud en vervangen van daksporen

Als er werkzaamheden aan een dakbedekking worden verricht is het vaak ook een goed moment om daksporen te controleren op hun staat. Als de dakbedekking aan vervanging toe is, is het namelijk makkelijker om daksporen te vervangen. Het is dan verstandig om alle sporen goed door te spijkeren op gebintplaat. Hiermee wordt een deel van de spatkrachten opgevangen. Het vervangen van daksporen zonder de dakbedekking te verwijderen is wel mogelijk maar ingewikkelder. De dakconstructie moet hiervoor onderstempeld worden waarna de dakconstructie gedeeltelijk gedemonteerd kan worden en de daksporen vervangen of aangelast kunnen worden.

Plaatselijke termen

  • Juffer (Fr., Gr.)
  • Spoar (z.o.-Fr.)
  • Spoor, (dak)spoar, boavmspoar (Twente)
  • Bao(v)mspoor, kapspoor (Achterhoek)
  • Spar (West-Fr.)
  • Spear, mast (N.-Br.)
  • Óplégger (Huisseling)
  • Kèper (L.)

Verder lezen

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • G. Berends, Historische houtconstructies in Nederland, Arnhem 1999, p. 63.
  • E.J. Haslinghuis en H. Janse, Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.139
  • Bureau Helsdingen