Sporenkap

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

'Kapconstructie die bestaat uit sporen en hanenbalken/sporenhout, eventueel ondersteund door flieringen op kapgebinten.' (E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.428)

Een sporenkap kan een nokgording hebben. De sporen hangen dan over de nokgording, die rust op het kapspant. Ook kan er geen nokgording aanwezig zijn. De sporen zijn dan zelfdragend en rusten op een plaat (muurplaat of gebintplaat) en zijn door middel van een sporenhout per paar verbonden. Er wordt verschillend gesproken over deze verschillende constructies: 'zelfdragende sporen' worden ook wel 'sporen' genoemd en 'hangende sporen' worden ook wel 'kepers' genoemd.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.428
  • G. Berends Historische houtconstructies in Nederland (1996 Arnhem), p.35

Verder lezen

  • G. Berends Historische houtconstructies in Nederland (1996 Arnhem)