Toilet

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Terwijl we bij boerderijen alles weten over de plaats van de deel, de ruimtes voor oogstopslag en de stallen, is er eigenlijk maar zelden aandacht voor een eveneens belangrijke ruimte: het kleinste kamertje.

In de Middeleeuwen deden ‘gewone’ mensen hun behoefte in de natuur of op een mestvaalt. Binnen gebruikten ze een pan of een emmer die buiten – vaak op straat – werd geleegd. Huizen hadden in die tijd geen kleinste kamertje. Ook op de plattegronden van oude boerderijen is nooit een inpandige ruimte voor het doen van behoeften te zien.

Vanouds was de plee buiten te vinden. In het rivierengebied vaak tegen de achtergevel, met een directe verbinding met de beerput. Dit type is afwijkend omdat de toegangsdeur zich niet aan de kant van de achtergevel bevindt. Boerderij te Kedichem (ZH). (Bron: Fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)
Plee in Vinkeveen. (foto: fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)
Plee in Vinkeveen. (foto: fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)

‘Huisje’ en gemakstoel

Boerderijen hadden later in de tijd een klein huisje op het erf, dicht naast het woonhuis. Het was vaak van hout, met een rieten dak of een pannendak. In het huisje was een houten bank met een rond gat in de zitting, dat werd afgesloten met een deksel. Onder deze bank was de beerput of een ton of emmer, waarin de uitwerpselen (beer) werden opgevangen. De ton of emmer werd op gezette tijden geleegd op de mesthoop. Om hun behoefte te doen moesten mensen dus altijd naar buiten. Ouderen maakten om die reden wel gebruik van een gemakstoel. In de zitting van zo’n stoel was een rond gat gemaakt, dat je kon afsluiten met een deksel. Onder het gat kon een emmer worden geplaatst.

Hygiëne

De slechte toestand van de huisjes of privaten was een gevaar voor de gezondheid. Niet in de laatste plaats omdat vanuit de beerput of de mesthoop stoffen in de bodem drongen die het grondwater vervuilden. En dat terwijl een stukje verder op het erf de put was, waaruit men het water voor dagelijks gebruik omhoog haalde. In waterrijke gebieden was de situatie niet beter. Daar waren privaten vaak over de sloot gebouwd, die aldus fungeerde als natuurlijk riool. Uit diezelfde sloot haalden mensen ook het water voor dagelijks gebruik. Bijvoorbeeld om voedsel te bereiden, de was te doen of het melkgerei schoon te maken in het boenhok.

Verbetering

Pas in de loop van de twintigste eeuw verbeterde de toestand op het vlak van hygiëne. Stromend water werd vanaf de jaren ’30 ook op het platteland geïntroduceerd en het watercloset deed zijn intrede. Veel boerderijen hadden in de eerste decennia van de twintigste eeuw al wel een inpandig privaat. Vaak in de stalruimte, als daar toch een betonnen gierkelder werd aangelegd. De sanitaire voorzieningen zijn op veel oude boerderijen pas na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend verbeterd met de aanleg van riolering en inpandige toiletten en badkamers. De privaten in de stal en de huisjes op het erf werden daarmee definitief verleden tijd.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Het Kleinste Kamertje', Landleven 13e jaargang nummer 5, juli/augustus 2008

Links

Verder lezen