Uilenbord

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Een driehoekig uilenbord dat typerend is voor het Friese boerenhuis. Bron: Molen, S.J. van der, Kijk op boerderijen, Elsevier-Amsterdam/Brussel, 1979, pag. 91.

In Friesland kent men als opvallend dakornament het ‘ûleboerd’ of ‘ûleboard’, welke aanduiding het best vernederlandst kan worden als uilenbord.

Oorsprong

Oorspronkelijk werd ermee bedoeld een houten driehoekje aan de beide uiteinden van de nokvorst van de schuur, ontstaan door de wijze waarop de dakvlakken daar bij elkaar aansluiten. Dat houten driehoekje bezit als regel een rond gat en waarschijnlijk vlogen steenuilen daardoor in en uit. Voor deze verklaring is mede aanleiding omdat ook buiten Friesland, tot in Westfalen toe, van ‘oelbret’ of ‘Ulbrett’ wordt gesproken.

Uiterlijk

Tegenwoordig wordt onder uilenbord vooral verstaan het driekantige ‘bord’ met de daarop prijkende versiering. Het ornament bestaat vaak uit een rechtopstaande plank met in- en uitgezaagde motieven; de ‘makelaar’ genoemd. Aan weerszijden van de makelaar bevindt zich een zwaan die met de rug naar de makelaar gekeerd is en zijn gebogen hals in zijn borstveren steekt. Soms dragen deze zwanen een ring om de hals. De makelaar is versierd met motieven als een klavertje drie, een rad met vier of zes spaken, een levensboom, een halve maan, een harp, een hart, een bloemvorm en minder gemakkelijk te identificeren elementen. In het algemeen kan men zeggen dat ze allemaal voorkomen bij de met name agrarische volkskunst uit Europa. Alleen hier en daar treden varianten op die afwijken, zoals de makelaar met op de top een figuur die wel wat lijkt op een vulling van het uilegat met een uitgezaagd vogeltje dat achterom kijkt. Deze versiering die tevens de uilen de weg verspert, is in de Friese Zuidwesthoek vrij algemeen. Uit het bovenstaande blijkt al dat het uilenbord verschillende typen vertoont die regionaal bepaald zijn. In het geheel zijn het er zes waarvan de vorm in de Wouden (oostelijk Friesland) het eenvoudigst aan ornamentatie is. De grenzen tussen de verschillende gebieden zijn vrij scherp, mede doordat de timmerlieden die tot voor kort bij de boerderijbouw een belangrijke rol speelden, van hun streektype houten mallen bewaarden.

Hoewel die makelaar met de zwanen bepaald niet in triplex werd uitgezaagd, maakt de hoge plaats wel dat zo’n versiering vooral bij storm kwetsbaar is. Een erg lange levensduur hebben deze producten van de dorpstimmerman dan doorgaans ook niet.

Ontwikkeling

Pas omstreeks 1600, toen de schuur volledig ingeburgerd was, kan men eraan gedacht hebben het uilenbord te versieren. Wie als eerste op die gedachten kwam, wáár de zwanen voor het eerst ruggelings op het dak werden gezet – en waarom juist zwanen? – en hoe dat aldus versierde uilenbord zich over heel Friesland uitgebreid heeft, valt niet meer na te gaan. De oudste afbeeldingen van schuren met zwanen dateren uit het midden van de 18de eeuw en daarop komen al uilenborden van de nog bekende gedaante voor. Kennelijk zijn dus tussen ca. 1600 en 1750 deze dakornamenten ontstaan. Dat ze zeker enkele eeuwen oud zijn, zou ook kunnen worden afgeleid uit het feit dat de regionale typen een zekere tijd nodig hebben gehad om zich te ontwikkelen en te verspreiden.

Herwaardering

De laatste jaren is de belangstelling voor het ‘ûleboerd’ sterk toegenomen, te samen met de internationale ‘grüne Welle’. Ook op andere dan boerenschuren – bijvoorbeeld bij tweede woningen – worden de zwanen weer aangebracht en er worden ook kleine modelletjes als souvenir verkocht. Maar bij de nieuwe ligboxen is er geen gelegenheid om dit dakornament een bevredigende plaats te geven. Enkele pogingen in die richting zijn niet als geslaagd te beschouwen.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Geveltekens van velerlei aard', Kijk op Boerderijen

Links

Verder lezen