Verven

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een fraaie boerderij verdient het beste. Het beste schilderwerk bijvoorbeeld en dat in de juiste kleur. De zomervakantie is de tijd om luiken, kozijnen, windveren en deuren onder handen te nemen. Maar schuur niet roekeloos alles kaal.

'Laat zitten wat goed vast zit'

Wie de schilderklus degelijk wil aanpakken is snel geneigd al het houtwerk kaal te maken. Doe dat niet. Denk aan de oeroude vuistregel ‘laat zitten, wat goed vast zit’. Immers, verflagen die jarenlang netjes zijn blijven zitten doen dat naar alle waarschijnlijkheid nog tientallen jaren. Een ander reden om de originele lagen niet te verwijderen is dat u daarmee definitief waardevolle informatie over het kleurgebruik van de afgelopen jaren weggooit. Daar komt bij dat het kaal maken van houtwerk een zeer tijdrovende klus is. Begin hier dus alleen aan als de verflaag op veel plaatsen gebarsten is of over grote oppervlakten afbladdert.

Kaal maken

Als het houtwerk toch kaal gemaakt moet worden gebruik dan een verfföhn en een flinke krabber. Dat werkt het veiligst en het meest milieuvriendelijk. Pas met de verfföhn op dat u niet op het glas richt, dat kan dan barsten. Het kale hout moet goed, met de hand of machinaal, worden geschuurd. Hak rotte plekken tot enkele centimeters in het gezonde hout weg en repareer deze met elastisch blijvend tweecomponenten reparatiemiddel. Ook spijker- en schroefgaten vult u daarmee. Na uitharding kunt u de gerepareerde plekken als kaal hout behandelen. Dan kunt u de kale delen in de grondverf zetten.

Gronden

Verdun grondverf eventueel met een scheutje terpentine, dan dringt de verf dieper in het hout. Wees in het verdere schilderswerk uiterst terughoudend met het gebruik van terpentine. Terpentine voegt niets toe aan de verf, het verdunt deze alleen en verstoort daarmee de uitgebalanceerde samenstelling. Na de eerste grondlaag dienen spijker- en schroefgaten te worden bijgevuld. Na licht schuren en stofvrij maken kan de tweede grondlaag er op. Het verdient de voorkeur hiervoor een reeds op kleur gemaakte grondverf te gebruiken. Niet alleen ontstaat dan een goed beeld van het uiteindelijke resultaat, ook dekt de laatste laag bij het afschilderen makkelijker en vallen eventuele beschadigingen in de toekomst minder op.

Plamuren

Na het ‘gronden’ is een flinterdun laagje plamuur een manier om het houtwerk glad te krijgen. Alleen verzwakt plamuur de verflaag. Het is beter om buiten geen plamuur toe te passen. Als u toch plamuurt, dan is een plamuur op lijnoliebasis meestal het beste. Deze blijft enigszins soepel en ‘volgt’ het hout en de verflagen. Polyesterplamuur wordt veel te hard, trekt vocht aan en gaat op termijn barsten.

Verven

Na het schuren en gronden is het tijd voor de ‘echte’ verf. Gebruik voor historische panden bij voorkeur een hoogglansverf. Glans is authentiek. Moderne verf (alkyd) bevat aanzienlijk minder oplosmiddelen dan zijn voorgangers en verdient voor buitenschilderwerk de voorkeur. Ook de traditionele lijnolieverf is erg duurzaam. De jongste generatie verven zijn de zogenaamde watergedragen of acrylverven. Het is over het algemeen niet aan te raden om watergedragen en alkydverven door elkaar te gebruiken. Onderlinge spanningsverschillen kunnen de hechting verstoren. Kies altijd voor een goede kwaliteit verf. Deze verven zijn duurder in aanschaf maar gaan langer mee. Omdat u minder snel weer hoeft te schilderen bent u ook als doe-het-zelver uiteindelijk goedkoper uit.

Kwasten

Voor al het schilderwerk is het verstandig om kwaliteitskwasten te gebruiken. Deze laten de verf optimaal vloeien. De betere kwasten zijn te herkennen aan hun woeling. Een woeling of woeltje is een omwindsel van het eerste deel van de haren, gerekend vanaf de steel. Goedkopere kwasten bezitten geen woeling. Overigens is het met goede kwasten net als met goede wijn: ze worden na verloop van jaren alleen maar beter. Gebruik nieuwe kwasten dan ook vooral voor het ruigere werk en de goed gesleten kwasten voor het aflakken.

Werkschema kaal hout

1. repareren (indien nodig) 2. ontvetten 3. schuren 4. eerste keer gronden (wit/grijs) 5. licht opschuren en stofvrij maken 6. tweede keer gronden (tint van eindkleur) 7. spaarzaam plamuren (buiten schilderwerk liever niet plamuren) 8. licht opschuren en stofvrij maken 9. schilderen met hoogglansverf

Bestaand schilderwerk

1. repareren (indien nodig) 2. ontvetten 3. schuren 4. eerste keer plaatselijk gronden in tint van de eindkleur of in wit/grijs 5. licht opschuren en stofvrij maken 6. tweede keer plaatselijk gronden of (bij eerste keer wit/grijs) helemaal gronden in tint van de eindkleur 7. licht opschuren en stofvrij maken 8. spaarzaam plamuren (buiten schilderwerk liever niet plamuren) 9. licht opschuren en stofvrij maken 10. afschilderen met hoogglansverf

Onderhoud

Goed schilderwerk blijft zes tot acht jaar in conditie. Daarvoor is het wel belangrijk dat de verflaag minimaal eens in de twee jaar (en liefst vaker) met een sopje wordt afgenomen. Een paar druppeltjes afwasmiddel in het lauwwarme water helpt de toplaag in conditie te houden.

Negen verftips

  • Wees zuinig op oude verflagen.
  • Kies elastisch blijvend tweecomponentenmiddel om op te vullen en te repareren.
  • Verdun grondverf voor de eerste laag met een scheutje terpentine.
  • Breng de grondverf voor de tweede laag op kleur.
  • plamuur zo min mogelijk; gebruik plamuur op lijnolie basis.
  • Kies voor historische panden hoogglansverf.
  • Gebruik geen watergedragen en alkydverven door elkaar.
  • Betere kwasten zijn te herkennen aan hun woeling.
  • Gebruik nieuwe kwasten voor het ruigere werk en de goed gesleten kwasten voor het aflakken.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Aan de slag met verf en kwast', Landleven 15e jaargang, nummer 5 – juli/augustus 2010

Links

Verder lezen