Vlees conserveren

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Nadat een varken geslacht was, werd een deel van het vlees geconserveerd door er worsten van te maken. Om de hammen en het spek langere tijd te kunnen bewaren, werden ze in de kelder in de spekkuip of ‘vleischstender’ gelegd en met zout bestrooid. Na enkele weken waren de hammen en het spek goed ingezouten, waarna ze te drogen werden gehangen. Soms werd voor dit doel een speciale spekkast gebruikt, maar vaker de zoldering van de keuken waar ook de worsten hingen. Deze droogplaats bevond zich onder de boezem of in de schouw en werd de ‘wieme’ genoemd. ‘Wieme’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘vimen’ dat vlechtwerk, teen of twijn betekent. Als u bedenkt dat worsten, hammen en spek te drogen werden gehangen aan dunne stokken is het verband duidelijk. Soms werd een lange stok gebruikt om iets aan de wieme te hangen of er vanaf te nemen. In Brabant noemt men zo’n stok een ‘spekgaffel’.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Vlees aan de wieme', Landleven 6e jaargang, nummer 6- november/december 2001

Links

Verder lezen