Voeg

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederland is een ‘baksteenland’. De vertrouwde bakstenen muur wordt gemaakt door de stenen in een bepaald verband op elkaar te stapelen, met metselmortel als bindmiddel. Het zogenoemde voegwerk dat hierdoor zichtbaar wordt, is in hoge mate bepalend voor het karakter van bouwwerken, waaronder boerderijen.

Ontwikkeling

Het voegen van metselwerk heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt. Tot diep in de zeventiende eeuw werden de stenen ‘vol en zat’ gemetseld. Dat wil zeggen dat de speciebaarden werden verwijderd en de voeg glad werd doorgestreken met de troffel. Voeg- en metselmortel vormen dan één geheel, waardoor de voeg een grote duurzaamheid krijgt. In de zeventiende en achttiende eeuw ontstond in Nederland de gewoonte om voegen uit te krabben en daarna af te voegen. Zo ontstonden meerdere typen ambachtelijk voegwerk, zoals de gesneden en geknipte voeg. In de twintigste eeuw verdrong de platvolle voeg steeds meer het ambachtelijke voegwerk.

Dagstreep

Bij het doorstrijken en later bij het zogenoemde platvol voegen trokken metselaars vaak een streep in de verse specie van de horizontale lintvoegen, de zogenoemde ‘dagstreep’. Ze gebruikten daarvoor een speciale voegspijker of dagijzer. Een dagstreep is allereerst voor het mooi, en daarnaast drukt de voegspijker de specie vaster in de voeg. De dagstreep kwam in de zestiende eeuw in gebruik en dat bleef met name op het platteland zo tot het begin van de twintigste eeuw.

Gesneden voeg

Vanaf de zeventiende en met name in de achttiende eeuw werd voor representatieve gevels een gesneden voeg toegepast. Dit was het toppunt van vakmanschap. Een gesneden voeg werd na het uitkrabben van de voegen apart aangebracht met een speciaal hiervoor samengestelde specie. Overigens steekt een gesneden voeg niet voor het gevelvlak uit. Veel gesneden voegen zijn – soms zelfs na tweehonderd jaar – nog in uitstekende staat.

Geknipte voeg

De geknipte voeg is een typisch negentiende-eeuws verschijnsel. Hij is gemodelleerd als een gesneden voeg, maar steekt duidelijk voor de gevel uit. Dat maakte een geknipte voegt tot een belangrijk onderdeel van de architectuur van een bouwwerk.

Verdiepte voeg

Bij de verdiepte voeg is de metselspecie tevens voegspecie. Verdiepte voegen komen veel voor bij gebouwen van de Amsterdamse School uit de jaren twintig en dertig. Een verdiepte voeg brengt de steen op de voorgrond, waardoor die in het oog springt. Een technisch voordeel van verdiept voegen is dat het oppervlak van de steen dat aan de buitenlucht blootstaat, twintig tot dertig procent groter is. Hierdoor droogt een muur sneller. Nadeel is de grotere inwatering aan de bovenzijde van de steen. Een variant op de verdiepte voeg is de iets terughoudende voeg. Die heeft eenzelfde vorm, maar is minder sterk verdiept.

Schaduwvoeg

De schaduwvoeg bergt de voordelen van een platvolle en een verdiepte voeg in zich. De bovenkant van de horizontale voegen is sterk verdiept en loopt naar beneden tot op de voorzijde van de steen. Net als een verdiepte voeg benadrukt de schaduwvoeg de steen. Een schaduwvoeg heeft bovendien een goede waterafvoer.

Herstel van voegwerk

Herstel van uitgesleten of verzand voegwerk is een verantwoordelijke klus. Bij historische of monumentale gebouwen verdienen behoud of – indien noodzakelijk – sober en doelmatig onderhoud de voorkeur boven geheel opnieuw voegen. Het is de kunst om nieuw voegwerk qua type, kleur en hardheid te laten aansluiten bij het aanwezige voegwerk. Bij het herstellen van voegwerk in oudere, zachtere baksteen is het van belang iets terugliggend te voegen. Zo kunt u voorkomen dat door de wat afgeronde hoeken van de oude stenen grove brede voegen ontstaan. Bovendien bevorderen terugliggende voegen de snelle droging van de steen.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Ingetogen Voegwerk', Landleven 13e jaargang, nummer 2 – maart 2008

Links

Verder lezen