Kaasproductie: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
Regel 20: Regel 20:
  
 
[[Categorie: Landleven]]  
 
[[Categorie: Landleven]]  
[[Categorie: Boerderijtypologie]]
+
[[Categorie: Grondsoorten en bedrijfsvormen]]

Versie van 12 apr 2012 13:49

De melkverwerking in het Utrechtse weidegebied was vanouds gericht op de productie van volvette (zoetemelkse) kaas uit volle melk. Van de wei, het restproduct dat na afscheiding van de kaasstof van de melk overbleef, werd weiboter gemaakt. De zuivelproductie vond vaak plaats achter de brandmuur, in het eerste gebintvak van het bedrijfsgedeelte. Hier werd de kaas gemaakt en de boter gekarnd.

In de loop van de negentiende eeuw had er vervolgens een verdere ontwikkeling van de zuivelbereiding plaats gevonden. Voor de boterbereiding kwamen karnmolens in zwang. Waar de kaasproductie een belangrijke plaats innam, werd vooraan in het bedrijfsgedeelte een wringhuis afgescheiden, waar de wrongel (verse kaas) werd fijngeknepen en in kaasvaten werd gedaan. De wringkamer werd direct achter de bestaande kelder gesitueerd en tussen beide ruimtes werd een verbinding gemaakt. De tot dan gebruikte houten pekelbakken, waarin de kaas-in-wording enkele dagen bleef ondergedompeld, werden vaak vervangen door gemetselde bakken in de kelder. De opkamer boven de kelder kon als kaaskamer fungeren. Daar stonden dan de kaasstellingen waarop de kazen circa vier weken werden bewaard om te drogen en te rijpen, waarna ze konden worden verkocht.

Pekelbak als kenmerkend onderdeel van de kelders in het Groene Hart. Boerderij te Tienhoven (ZH)(Bron: Fotoarchief Bureau Helsdingen, Vianen)

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Ton van der Heijden (red.) Nederland Dichterbij Boerderijen (Amsterdam 1996), 'Zuivelbereiding'

Links

Verder lezen