Wapening: verschil tussen versies
| Regel 2: | Regel 2: | ||
===Waarom beton gewapend wordt=== | ===Waarom beton gewapend wordt=== | ||
| − | In bijna iedere constructie komen zowel drukkrachten als trekkrachten voor. Als een balk doorbuigt wordt de bovenzijde op druk belast (daar wordt het in elkaar gedrukt), terwijl de onderzijde op trek wordt belast (daar wordt het materiaal uit elkaar getrokken). Het sterke punt van beton is dat het erg goed drukkrachten op kan nemen. Maar trekkrachten vormen een bedreiging voor (ongewapend) beton. Het is een star materiaal dat als eraan getrokken wordt scheurt het snel. Nu is ijzer erg goed in het opnemen van trekkrachten. Maar ijzer heeft weer andere nadelen. IJzer roest makkelijk, dunne ijzerconstructies waar drukkrachten op komen kunnen makkelijk uitknikken en ijzer verliest zijn sterkte bij brand. De combinatie van beton en ijzeren wapeningsstaven kan zowel drukkrachten als trekkrachten goed opvangen. Staal neemt de trekkrachten van de beton over. Omdat de uitzettingscoëfficiënten ( Hoeveel de materialen uitzetten als warmer worden.) van beton en ijzer vrij dicht bij elkaar liggen is gewapend beton een stabiel materiaal. Om de hechting tussen de beton en de ijzeren wapening optimaal te laten zijn heeft betonijzer een geribbeld oppervlak. | + | In bijna iedere constructie komen zowel drukkrachten als trekkrachten voor. Als een balk doorbuigt wordt de bovenzijde op druk belast (daar wordt het in elkaar gedrukt), terwijl de onderzijde op trek wordt belast (daar wordt het materiaal uit elkaar getrokken). Het sterke punt van beton is dat het erg goed drukkrachten op kan nemen. Maar trekkrachten vormen een bedreiging voor (ongewapend) beton. Het is een star materiaal dat als eraan getrokken wordt scheurt het snel. Nu is ijzer erg goed in het opnemen van trekkrachten. Maar ijzer heeft weer andere nadelen. IJzer roest makkelijk, dunne ijzerconstructies waar drukkrachten op komen kunnen makkelijk uitknikken en ijzer verliest zijn sterkte bij brand. De combinatie van beton en ijzeren wapeningsstaven kan zowel drukkrachten als trekkrachten goed opvangen. Staal neemt de trekkrachten van de beton over. Omdat de uitzettingscoëfficiënten ( Hoeveel de materialen uitzetten als warmer worden.) van beton en ijzer vrij dicht bij elkaar liggen is gewapend beton een stabiel materiaal. Om de hechting tussen de beton en de ijzeren wapening optimaal te laten zijn heeft betonijzer een geribbeld oppervlak. Soms kan de wapening in de beton gaan roesten en treed er [[betonrot]] op. |
Versie van 5 jun 2012 15:25
Bij wapening denkt men meestal direct aan (gewapend) beton. Maar ook metselwerk kan gewapend zijn.
Waarom beton gewapend wordt
In bijna iedere constructie komen zowel drukkrachten als trekkrachten voor. Als een balk doorbuigt wordt de bovenzijde op druk belast (daar wordt het in elkaar gedrukt), terwijl de onderzijde op trek wordt belast (daar wordt het materiaal uit elkaar getrokken). Het sterke punt van beton is dat het erg goed drukkrachten op kan nemen. Maar trekkrachten vormen een bedreiging voor (ongewapend) beton. Het is een star materiaal dat als eraan getrokken wordt scheurt het snel. Nu is ijzer erg goed in het opnemen van trekkrachten. Maar ijzer heeft weer andere nadelen. IJzer roest makkelijk, dunne ijzerconstructies waar drukkrachten op komen kunnen makkelijk uitknikken en ijzer verliest zijn sterkte bij brand. De combinatie van beton en ijzeren wapeningsstaven kan zowel drukkrachten als trekkrachten goed opvangen. Staal neemt de trekkrachten van de beton over. Omdat de uitzettingscoëfficiënten ( Hoeveel de materialen uitzetten als warmer worden.) van beton en ijzer vrij dicht bij elkaar liggen is gewapend beton een stabiel materiaal. Om de hechting tussen de beton en de ijzeren wapening optimaal te laten zijn heeft betonijzer een geribbeld oppervlak. Soms kan de wapening in de beton gaan roesten en treed er betonrot op.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.155 en p.468
- Bureau Helsdingen