Zeeuwse schuur: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
Regel 1: Regel 1:
 
Traditionele Zeeuwse [[schuur|schuren]] zij meestal van [[hout]]. Pas na 1900 werden ze ook wel in [[baksteen]] gebouwd. De meeste Zeeuwse schuren zijn behoorlijk groot met laagaflopende [[dak]]vlakken. Ze werden meestal met een [[kopgevel]] naar het noordwesten gesitueerd om schade door noordwesterstormen zo veel mogelijk te voorkomen. Traditioneel zijn de inrijpoorten wit afgebiesd, evenals het [[klinket]] - het personendeurtje – dat zich in iedere poort bevindt. Het klinket maakt het mogelijk om de schuur binnen te gaan zonder dat de grote [[deur]]en geopend hoeven te worden. Naar verluid waren de witte biezen aangebracht om ook in het donker de toegangen in de zwart geteerde gevels te kunnen zien. In de Zeeuwse boerenschuur zijn [[dorsvloer]], [[tasruimte]] voor de [[oogst]], koe[[stal]] en [[paardenstal]] onder één dak bijeengebracht. Afhankelijk van de grootte van de schuur had ze één, twee of zelfs drie dwarsdelen, van waaruit de tasruimten zonder al te veel moeite konden worden gevuld met oogstproducten. Vaak zijn de poorten goed herkenbaar omdat het laag [[schuurdeurkapel|aflopende dak ter plaatse opwelft]].
 
Traditionele Zeeuwse [[schuur|schuren]] zij meestal van [[hout]]. Pas na 1900 werden ze ook wel in [[baksteen]] gebouwd. De meeste Zeeuwse schuren zijn behoorlijk groot met laagaflopende [[dak]]vlakken. Ze werden meestal met een [[kopgevel]] naar het noordwesten gesitueerd om schade door noordwesterstormen zo veel mogelijk te voorkomen. Traditioneel zijn de inrijpoorten wit afgebiesd, evenals het [[klinket]] - het personendeurtje – dat zich in iedere poort bevindt. Het klinket maakt het mogelijk om de schuur binnen te gaan zonder dat de grote [[deur]]en geopend hoeven te worden. Naar verluid waren de witte biezen aangebracht om ook in het donker de toegangen in de zwart geteerde gevels te kunnen zien. In de Zeeuwse boerenschuur zijn [[dorsvloer]], [[tasruimte]] voor de [[oogst]], koe[[stal]] en [[paardenstal]] onder één dak bijeengebracht. Afhankelijk van de grootte van de schuur had ze één, twee of zelfs drie dwarsdelen, van waaruit de tasruimten zonder al te veel moeite konden worden gevuld met oogstproducten. Vaak zijn de poorten goed herkenbaar omdat het laag [[schuurdeurkapel|aflopende dak ter plaatse opwelft]].
 +
 +
===Los of vast===
 +
Kenmerkend van de meeste nederlandse boerderijen is dat wonen en werken onder een dak plaats vind. Alleen in een deel van Zeeland is dat anders. Daar is een vrijstaand woonhuis en een vrijstaande Zeeuwse schuur. In andere delen van Zeeland is het woonhuis wel tegen de grote schuur aan gebouwd.
  
 
===Bron===
 
===Bron===

Versie van 28 jun 2012 10:20

Traditionele Zeeuwse schuren zij meestal van hout. Pas na 1900 werden ze ook wel in baksteen gebouwd. De meeste Zeeuwse schuren zijn behoorlijk groot met laagaflopende dakvlakken. Ze werden meestal met een kopgevel naar het noordwesten gesitueerd om schade door noordwesterstormen zo veel mogelijk te voorkomen. Traditioneel zijn de inrijpoorten wit afgebiesd, evenals het klinket - het personendeurtje – dat zich in iedere poort bevindt. Het klinket maakt het mogelijk om de schuur binnen te gaan zonder dat de grote deuren geopend hoeven te worden. Naar verluid waren de witte biezen aangebracht om ook in het donker de toegangen in de zwart geteerde gevels te kunnen zien. In de Zeeuwse boerenschuur zijn dorsvloer, tasruimte voor de oogst, koestal en paardenstal onder één dak bijeengebracht. Afhankelijk van de grootte van de schuur had ze één, twee of zelfs drie dwarsdelen, van waaruit de tasruimten zonder al te veel moeite konden worden gevuld met oogstproducten. Vaak zijn de poorten goed herkenbaar omdat het laag aflopende dak ter plaatse opwelft.

Los of vast

Kenmerkend van de meeste nederlandse boerderijen is dat wonen en werken onder een dak plaats vind. Alleen in een deel van Zeeland is dat anders. Daar is een vrijstaand woonhuis en een vrijstaande Zeeuwse schuur. In andere delen van Zeeland is het woonhuis wel tegen de grote schuur aan gebouwd.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Niet onder één dak', Landleven 15e jaargang, nummer 1- januari/februari 2010

Links

Verder lezen