Haaklas: verschil tussen versies
(spelfout aangepast) |
|||
| Regel 4: | Regel 4: | ||
===Haaklas=== | ===Haaklas=== | ||
[[Bestand:las_haslinghuis_bwk_termen_p290.jpg|thumb|right|Verschillende vormen van lassen. Afbeelding uit E.J. Haslinghuis, Bouwkundige termen (2001, Leiden), p.290.]]Een schuine haaklas wordt het meest gebruikt voor het aanhelen van liggende balken uit een [[houtconstructie|constructie]]. Door de haak en de schuinte kan de las namelijk goed trekkrachten opnemen die ontstaan bij een [[ligger]] die doorbuigt. | [[Bestand:las_haslinghuis_bwk_termen_p290.jpg|thumb|right|Verschillende vormen van lassen. Afbeelding uit E.J. Haslinghuis, Bouwkundige termen (2001, Leiden), p.290.]]Een schuine haaklas wordt het meest gebruikt voor het aanhelen van liggende balken uit een [[houtconstructie|constructie]]. Door de haak en de schuinte kan de las namelijk goed trekkrachten opnemen die ontstaan bij een [[ligger]] die doorbuigt. | ||
| − | De las bestaat uit een drager en een dekker. De drager | + | De las bestaat uit een drager en een dekker. De drager moet ondersteund zijn ingeklemd in een [[bouwmuur|(bouw)]][[gevel|muur]] en zal daarom vaak het kortste deel zijn van de balk. Het beste kan de las op 1/3 van de overspanning aangebracht worden in verband met [[dwarskracht|dwarskrachten]]. Bij het aanlassen van een balk zal de drager vaak ook het nieuwe, aan te lassen gedeelte van de balk zijn. De dekker moet steunen op de drager en kan daar niet afglijden door de haak. |
===Bron=== | ===Bron=== | ||
Versie van 17 jul 2023 07:42
Hout wordt op verschillende manieren aangelast. Een manier voor, voornamelijk liggers is een haaklas. Een haaklas kan ook schuin zijn, dan wordt het een schuine haaklas genoemd.
Haaklas
Een schuine haaklas wordt het meest gebruikt voor het aanhelen van liggende balken uit een constructie. Door de haak en de schuinte kan de las namelijk goed trekkrachten opnemen die ontstaan bij een ligger die doorbuigt.
De las bestaat uit een drager en een dekker. De drager moet ondersteund zijn ingeklemd in een (bouw)muur en zal daarom vaak het kortste deel zijn van de balk. Het beste kan de las op 1/3 van de overspanning aangebracht worden in verband met dwarskrachten. Bij het aanlassen van een balk zal de drager vaak ook het nieuwe, aan te lassen gedeelte van de balk zijn. De dekker moet steunen op de drager en kan daar niet afglijden door de haak.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.290
- Bureau Helsdingen
- Monumentenwacht Inspectiehandboek 2, 2.1.1, p.49