Roevendak
Daken met een flauwe hellingshoek worden veelvuldig gedekt als een roevendak. Roevendaken worden uitgevoerd in zink en zijn herkenbaar aan de haaks op het dakvlak aangebrachte roeflatten.
Dakopbouw
De zinken bedekking vormt op een houten onderconstructie altijd het koudste punt en kan daardoor gemakkelijk gaan condenseren. Zink is niet goed bestand tegen condens. Dit moet dus voorkomen worden. De onderconstructie dient daarom zo open mogelijk te zijn. Deze kan daarom het beste bestaan uit houten, ongeschaafde vurendelen die niet aan elkaar verbonden worden. Door krimp ontstaan mooie kieren tussen de delen waardoor condens weg geventileerd kan worden. Delen vastzetten met nagels met een getordeerde schacht of schroeven. Op die manier kunnen de delen zich niet omhoog werken. Pas geen plaatmateriaal toe. Dit verhinderd de ventilatie en bovendien zitten er stoffen in het plaatmateriaal die het zink aantasten. Op de houtendelen worden roeflatten aangebracht. Lat is eigenlijk niet de juiste benaming, het zijn meer balken. De roeflat kan de doorsnede van een balk hebben of van een trapezium. Dit heeft ermee te maken dat het zink in banen tussen de roeflatten wordt aangebracht. Het zink krijgt een opstaande rand waardoor het mogelijk is om een afdekkende zinken roef over de roeflat te plaatsen die de opstaande rand van de zinken baan afdekt. De zinken baan mag niet ingeklemd worden. Dus of de zinken baan moet een opstaande rand krijgen van meer dan 90° of de roeflat moet trapeziumvormig zijn naar de dakconstructie toe. Hierdoor kan de zinken baan ook werken.
De dekroef kan op versschillende manieren worden aangebracht, zoals te zien op de afbeelding.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- Monumentenwacht, Inspectiehandboek, h.2.2.4
- E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.382
Verder lezen
- Monumentenwacht, Inspectiehandboek, h.2.2.4