Dwarsgebinten met één gebintbalk

Uit Agriwiki
Schema gebinten
Constructie van de vier hoofdtypen dwarsgebinten met één gebintbalk
Varianten van dwarsgebinten met één gebintbalk

Dwarsgebinten met één gebintbalk komen algemeen voor in Nederland. Hoewel in deze gebinten het aantal verschijningsvormen en varianten zeer groot is, kunnen daarin toch vier hoofdtypen worden onderscheiden, namelijk het dekbalkgebint, het kopbalkgebint, het ankerbalkgebint en het tussenbalkgebint. Het onderscheid is gelegen in de wijze van bevestiging van de gebintbalk aan de gebintstijlen. De gebintbalk kan aan de toppen van de stijlen zijn bevestigd of op een lager niveau in de stijlen zijn gepend. Voor dit laatste geval heeft L. Brandts Buys de term 'trekbalkgebint' voorgesteld.

Dwarsgebinten met hoog geplaatste gebintbalk

Bij de gebinten, waarvan de gebintbalken aan de toppen van de stijlen zijn verbonden, onderscheiden we twee typen. Het meest komt voor dat in de balkeinden een of twee pengaten zijn gemaakt en aan de boveneinden van de gebintstijlen even zovele pennen, zodat de balk op de stijlen gepend kan worden. In dit geval noemen we de gebintbalk een dekbalk (omdat hij de toppen van de gebintstijlen afdekt) en het gebint een dekbalkgebint. In het andere geval is de gebintbalk nabij de einden plaatselijk versmald, terwijl aan de boveneinden van de gebintstijlen het middendgedeelte is weggezaagd; hierin past de versmalling van de gebintbalk. Hier noemen we de gebintbalk een kopbalk (omdat hij met zijn volle kopeinden buiten de gebintstijlen uitsteekt) en het gebint een kopbalkgebint. Een bijzonderheid van dit gebint is nog, dat aan de twee boveneinden van elke gebintstijl zich meestal pennen bevinden, waarop de gebintplaat wordt gepend. Een andere bijzonderheid is, dat een gebouw met kopbalkgebinten zelden is voorzien van gelijktijdig gebouwde zijbeuken. Grote boerderijen of schuren met kopbalkgebinten zijn ons niet bekend.

Dwarsgebinten met lager geplaatste gebintbalk

Gebintstijlen van dekbalk-, kopbalk- en ankerbalkgebinten

Ook bij de trekbalkgebinten zijn er twee typen. Soms is de gebintbalk simpelweg in de stijlen gepend, hetzij met een open, hetzij met een gesloten pen-en-gatverbinding, beide verzekerd met toognagels. De gebintbalk noemen we dan een tussenbalk (omdat hij zich tussen de gebintstijlen bevindt) en het gebint een tussenbalkgebint. Meestal zien we naast de pennen aan de tussenbalk tanden, ter vergroting van het draagvlak in de gebintstijl. De gebintplaten worden gepend op de boveneinden van de gebintstijlen. Vaker komt het echter voor, dat de einden van de gebintbalk van lange pennen zijn voorzien, die door de gebintstijlen heen gestoken (=doorgepend) worden. In elke pen zijn één of twee gaten gemaakt, grotendeels in het uitstekende gedeelte ervan. Hierdoor worden wiggen geslagen, waardoor de gebintbalk stevig aan de gebintstijlen verankerd wordt (toognagels door de pen- en gatverbinding zelf plegen echter niet te ontbreken). De gebintbalk wordt hier dan ook een ankerbalk genoemd en het gebint een ankerbalkgebint. Steken de pennen maar weinig buiten de gebintstijlen uit en ontbreken de wiggen, dan kan niet van aan ankerbalkgebint gesproken worden, maar betreft het een tussenbalkgebint.


Het kopbalkgebint neemt constructief gezien een tussenpositie in tussen het dekbalkgebint en het ankerbalkgebint. Met het laatste heeft het de ‘verankering’ van de balk aan de stijl gemeen. Soms kan men zelfs een ankerbalk aantreffen op de plaats van een kopbalk. Gebinten met kopbalk komen voor in gebieden (Twente, Achterhoek, midden- en Zuid-Limburg en een enkele maal in Noord-Brabant), waar het ankerbalkgebint inheems is. Kopbalkgebint en dekbalkgebint hebben gemeen, dat de balk van boven af op de stijl is aangebracht. Er bestaan varianten van dek- en kopbalkgebinten die veel verwantschap hebben; waar de grens tussen deze twee is te leggen, wordt in de figuur hiernaast (Gebintstijlen van dekbalk-, kopbalk- en ankerbalkgebinten) aanschouwelijk weergegeven. Bovendien steekt bij een kopbalkgebint de gebintbalk steeds buiten de stijl uit, wat bij een dekbalkgebint niet altijd het geval is.

Verder lezen

Bron

  • G. Berends, Historische houtconstructies in Nederland, Arnhem 1999