Voeg herstellen
"De voeg is het zichtbare deel van de mortel (de verharde specie) tussen de stenen van het metselwerk." ([cultureelerfgoed.nl/node/945/ Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2, Herstel van voegwerk]). Voegwerk moet na het herstellen van het metselwerk geschieden.
Voegsoorten
De mortel tussen bakstenen kan helemaal doorgestreken zijn. Dit gebeurde tot halverwege de 19de eeuw altijd en erna, in enkele gevallen, ook nog. Toch is er vanaf de 18de eeuw ook een nieuw verschijnsel toegepast namelijk de na-voeg. Hierbij is de mortel niet doorgestreken en wordt de buitenzijde opgevuld met een (hardere) waterdichtere mortel.
Er zijn verschillende soorten voegen. Door slijtage is het vaak moeilijk te zien de oorspronkelijke voeg was. Er wordt onderscheid gemaakt in doorgestreken voegen, platvolle voegen, iets terugliggende voegen, verdiepte voegen (doorgestreken), platvolle voegen met dagstreep, gesneden voegen, geknipte voegen en schaduw voegen. Goed om te weten is dat boerderijen, en vooral de achterhuizen, vrijwel nooit een mooie siervoeg kregen. Het aanbrengen van bewerkelijke siervoegen was meer iets voor het voorhuis van een rijke boer. Zelfs daarvoor was het vaak een uitzondering. Gesneden, geknipte en schaduw voegen komen alleen voor bij machinaal gevormde bakstenen. Dit heeft ermee te maken dat die stenen maatvaster zijn dan handvorm stenen en dus ook beter tot hun rechtkomen met een dergelijke voeg.
Voegen die op boerderijen voorkwamen
Voegen die op een boerderij voorkwamen zijn: de doorgestreken voeg, platvolle voeg, iets terugliggende voeg en een platvolle voeg met dagstreep. Boerderijen met machinaal gevormde bakstenen van rond de eeuw wisseling (19de en 20ste eeuw) kunnen ook gesneden voegen hebben.
Herstellen van de voeg
Als herstel van voegen noodzakelijk is, is het van belang dat de omliggende bakstenen niet beschadigen. Het gebruik van een slijptol mag dus maar heel beperkt worden toegepast en er moet ook een zeer dun blad op bevestigd worden zodat alleen de voeg ingesneden wordt. Hierna kan er met een kleine beitel en een hamer voorzichtig gewerkt worden en wordt alleen de voeg verwijderd tot voldoende diepte. Al het vuil moet worden weggeblazen en afgevoerd. Het metselwerk moet daags van te voren worden bevochtigd zodat de nieuwe voegmortel niet direct van vocht wordt onttrokken door het omringende metselwerk.
Bronnen
Deze tekst is gebaseerd op:
- Monumentenwacht, Inspectiehandboek 1, 1.2, p.19
- Lennert Vrij, Boerenerven op het landgoed Twickel, p.86, 87
- Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2, Herstel voegwerk
Verder lezen
- Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2, Herstel voegwerk
- Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 5, Oorzaken van schade aan baksteenmetselwerk en herstel 1
- Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 5, Oorzaken van schade aan baksteenmetselwerk en herstel 2
- Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 8, Vocht en zouten in metselwerk