Bedstede
Tegenwoordig kennen we meestal ruime slaapkamers met aparte, gemakkelijk verplaatsbare bedden. Vroeger was dat anders. Toen sliepen mensen in bedsteden. Een bedstee is een soort brede kast, waarin een of twee slaapplaatsen zijn gemaakt.
Kleine ruimten
Bedsteden waren vaste, kleine ruimten tegen de wand van bijvoorbeeld de keuken. Ze waren door een houten wand afgescheiden en konden meestal met kleine deuren worden geopend of afgesloten. Soms werd ook wel een zwaar gordijn als afsluiting gebruikt. Tot het begin van de negentiende eeuw sliep iedereen nog in een bedstede. Daarna won het ledikant steeds meer terrein. Het eerste gebeurde dat in de steden, later op het platteland. Hier bleven boerengezinnen zelfs tot in de twintigste eeuw nog in bedsteden slapen.
Hele wanden
In boerderijen werden bedsteden vaak naast elkaar gebouwd, zodat er een hele bedstedenwand ontstond. De bedsteden bevonden zich meestal in de keuken of opkamer. Daarnaast trof je bedsteden soms aan in de beste kamer en in Noord-Hollandse stolpboerderijen werden ze nogal eens ingebouwd in het centrale hooivak. Deze locatie had een groot voordeel. ’s Winters was de slaapplaats goed geïsoleerd met een vol hooivak.
Sober en luxe
Bedsteden waren er in diverse uitvoeringen. Uiterst sober waren ze in de plaggenhutten van de arme keuterboertjes in Oost-Groningen en het zuidoosten van Friesland. De bedsteden werden er vaak getimmerd uit ‘scholle planken’ die van de buitenkant van bomen werden gezaagd. Het geheel werd afgewerkt met kranten die op het hout werden geplakt. Maar de bedsteden van rijke boerengezinnen werden veel luxer uitgevoerd, met kunstig geschaafde profielen, houtsnijwerk en mooie paneeldeuren. Vaak was er ook sprake van uitbundig schilderwerk, met fraaie kleurencombinaties of geschilderde houtnerfimitaties.
Zittend slapen
Bedsteden waren zo klein dat je er niet languit in kon liggen. Dat was niet alleen vanwege het feit dat de mensen vroeger kleiner waren dan nu. Ook gaf men er de voorkeur aan om (half) zittend te slapen. Men dacht toen dat die slaaphouding gezonder was. Kleine kinderen hadden meestal geen aparte bedstede. Zij sliepen in een van de grote laden die vaak onder een bedstede waren aangebracht. ‘Ondergeschoven’ kinderen dus.
Bedsteden in de stolpboerderij
De Noord-Hollandse stolp is een heel compact boerderijtype. Wonen, werken, veestalling en oogstberging zijn hier onder één piramidevormig dak verenigd. Centraal in de stolp ligt een vierkant tastvlak waar het hooi voor de wintervoedering van het vee wordt opgeslagen. In de zijbeuken eromheen liggen de koestal en de woon- en werkvertrekken. Om ruimte in het woongedeelte te besparen werden vroeger vaak één of meerdere bedsteden in het tasvak uitgebouwd. Als het vak voor de winter gevuld was, sliepen de bewoners letterlijk onder het hooi. Dat zorgde voor een prima isolatie en een warme slaapplaats. Omdat het tasvlak voor de winter tot aan de nok met hooi gevuld was, rustte op de bedsteden een groot gewicht. Om te voorkomen dat ze onder die druk zouden bezwijken, werden de zolderingen van de bedsteden schuin of rond gemaakt. Hierdoor werd de druk van de hooilast beter naar beneden afgevoerd. Vrijwel alle uitgebouwde bedsteden zijn in de loop der tijd verdwenen. In het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem zijn er echter nog enkele bewaard gebleven in een uit 1754 daterende boerderij uit Zuid-Scharwoude. De bedsteden in deze boerderij zijn gemetseld. Vaak waren ze echter van hout.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- Heyden, T. van der, Nederland dichterbij boerderijen (1996)
- Landleven 10e jaargang nummer 1 januari/februari 2005
- 'De stookplaats in de boerderij', Landleven 3e jaargang, nummer 1- januari/februari 1998