Karnmolen

Uit Agriwiki
Versie door Beheerder (overleg | bijdragen) op 21 okt 2011 om 07:13 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Op de meeste boerderijen werd in het verleden de geproduceerde melk verwerkt tot zuivelproducten. Nu worden ‘boter en kaas’ vaak in één adem genoem...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Op de meeste boerderijen werd in het verleden de geproduceerde melk verwerkt tot zuivelproducten. Nu worden ‘boter en kaas’ vaak in één adem genoemd, maar het proces verschilt wezenlijk.

Karnen

Om boter te maken moet de melk eerst worden aangezuurd en na verloop van tijd worden gekarnd. Tijdens dit karnen wordt de vloeistof met kracht dooreen geroerd waardoor de vloeistof zich splitst in de magere karnemelk en de vette boter. Dit kon met de hand worden gedaan in een karnton. Soms werd de wat meer geciviliseerde wipkarn gebruikt. In de Vijfheerenlanden wordt nog wel eens een restant van een wipkarn aangetroffen in de vorm van een gesmede ijzeren staaf aan een gebintstijl. Restanten van een wipkarn zijn bekend uit Arkel, Weverwijk en uit Vianen. In het rivierengebied werd ook wel een hond in een tredmolen gebruikt voor de aandrijving. De draaiende beweging werd dan met tandwielen omgezet in een op en neergaande beweging van de stamper in de karnton. In Alblasserwaard en Vijfheerenlanden zijn voor zover mij bekend geen restanten van een hondekarn bewaard gebleven. Het meest gemechaniseerd was echter wel de manier die in de Alblasserwaard gebruikelijk was. Daar liep een paard rondjes en dreef de karnmolen aan. Het paard liep dan op een karnpad van klinkersteentjes en een eindje verderop stond dan de karnton. Een dergelijk karnmolen was altijd te vinden in de travee achter de brandmuur van de boerderij. Daarmee was het karnen een proces wat zich afspeelde in de werkruimte tussen het wonen (voor de brandmuur) en de veestalling achter de brandmuur. Elders in Zuid-Holland, zoals in het westen van de Krimpenerwaard en in Delf- en Schieland waren er aparte karnmolens: ronde of achthoekige gebouwtjes die tegen de boerderij stonden aangebouwd. Daar liep dan het paard zijn rondjes, zodat het beest niet binnen hoefde te komen. De as van de karnmolen ging dan door de muur naar binnen naar de ruimte waar de zuivel werd bereid. Er zijn vrijwel geen complete en authentieke karnmolens meer aanwezig. Daarvoor moeten we naar het openluchtmuseum in Arnhem. Ook in onze regio is er maar weinig meer over van deze boeiende installaties. In de hele Alblasserwaard is maar een complete en authentieke karnmolen meer aanwezig. Die staat in de vervallen en met sloop bedreigde boerderij Bruggraaf 6 te Meerkerk. Restanten van dergelijke paardenkarnen worden nog wel vaker aangetroffen. Soms ligt het ronde karnpad er nog, met klinkertjes en plavuizen. Dan zie je vaak in de zoldering nog de sporen van de aanhechting van de molen in de vorm van klossen tegen de balklaag, voor het vasthouden van de spil van de molen. In de loop van de tijd zijn de meeste karnmolens verdwenen. De vermolmde molen is in stukken gezaagd voor kachelhout en het karnpad verdwenen voor een nieuwe betonvloer.

Bron