Glas

Uit Agriwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

'Doorzichtig, niet kristallijn materiaal. Glas wordt hoofdzakelijk bereid door een mengsel van zo zuiver mogelijk zand, kalk, soda (natriumcarbonaat), of potas (kaliumcarbonaat) te smelten bij een temperatuur van 1100° C. […] Glas krijgt kleur door de aanwezigheid van metaaloxiden.' (E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.191)

Gesmolten glas kan men onder andere door te blazen en te draaien verschillende vormen geven. In de middeleeuwen werd het glas voor in een venster ook geblazen. Dit gebeurde in grote schijven die na afkoeling in kleine ruitvormige stukjes werden gesneden. Glas was in deze tijd erg duur en deze indeling in ruiten gaf zo min mogelijk afval. Deze ruiten werden in lood gevat en gezamenlijk in een venster geplaatst. In de zestiende eeuw verbeterde men het productieproces en kon men ook rechthoekige glasplaten maken. Na verloop van tijd ging men het glas niet meer in lood zetten maar ging men houten roeden in het venster aanbrengen. In de loop der eeuwen kon men steeds grotere ruiten maken. Hierdoor waren er in de vensters steeds minder roeden nodig. Tegenwoordig wordt het glas gegoten en kan men kamerhoge ruiten maken. Maar de naam is nog steeds afgeleid van de meetkundige figuur die het glas oorspronkelijk had.

Bron[bewerken | brontekst bewerken]

De tekst is gebaseerd op:

  • E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.191

Links[bewerken | brontekst bewerken]